First Nations in de kijker

USA – Canada | Anno 2005

 

Vrijdag 15 juli | Prince Rupert

Zaterdag 16 juli | Prince Rupert – Petersburg

Zaterdag 17 juli | Petersburg – Juneau

 

D:\DataReizen\Pacomaja\Ontwikkeling\32 YukonAlaska\Reisverhaal\Bronversies\3201 (png) PanhandleSouth.png

 

Vrijdag 15 juli | Prince Rupert

Op bizons jagen, in tipi’s wonen, huifkarren omsingelen, zich af en toe andermans scalp toe-eigenen. Dat zijn de bezigheden die ons spontaan voor de geest komen als we aan negentiende-eeuwse indianen denken. Met dank aan Karl May, Winnetou en Old Shatterhand.

Op bizons jagen, in tipi’s wonen, huifkarren omsingelen, zich af en toe andermans scalp toe-eigenen

Maar dat beeld klopt niet, legt Brandon uit. Voor zover er achter die grove clichés enige vorm van waarheid schuilt, zijn ze enkel op de plains indians van toepassing, de indianen die de uitgestrekte Noord-Amerikaanse vlakten tussen de Mississippi en de Rocky Mountains bewoonden. En Brandon kan het weten, want in weerwil van zijn Angelsaksische voorkomen noemt hij zich een fiere Tsimshian, een van de oorspronkelijke bewoners van dit onherbergzame gebied.

Het was ons daarstraks al meteen opgevallen toen onze Bombardier Dash 8 zich met zijn twee propellers door het dichte wolkendek boorde. De grillige kustlijn van noordwestelijk Canada kwam tevoorschijn, met diep ingesneden inhammen, talloze eilanden en dicht beboste heuvels. Overleven is niet vanzelfsprekend in deze halve wildernis. Zelfs een landingsplaats voor onze Bombardier vinden leek ons uitgesloten.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1003y.jpg

Prince Rupert

Gelukkig dacht de piloot daar anders over. Na een vlucht van ongeveer twee uur uit Vancouver zette hij ons op het relatief vlakke Digby Island aan de grond, op een paar kilometer van Prince Rupert. Hoge bergen omgeven dit stadje van 26 000 inwoners. Weinigen is het echter gegund van deze schilderachtige setting te genieten, want nergens in Canada valt meer neerslag dan hier. Regen, sneeuw, wolken, mist of een combinatie daarvan onttrekken al dat moois doorgaans aan het oog. Zo ook vandaag. Maar voorlopig slaagt de druilerige regen er niet in ons enthousiasme te temperen.

Regen, sneeuw, wolken, mist of een combinatie daarvan onttrekken al dat moois doorgaans aan het oog

Vόόr de Europeanen hier hun opwachting maakten, leefden een twaalftal stammen in het noordwesten van Canada. Naast de Tsimshian waren dat de Nisga’a, de Gitskan, de Tahltan, de Heiltsuk, de Haisla, de Tlingit, de Haida, de Kwakwaka’wakw, … noem maar op. Al deze stammen over één kam scheren doet hun echter onrecht aan, beklemtoont Brandon. Want sommige verschillen meer van elkaar dan pakweg de Finnen van de Portugezen. De vijf talen die ze spreken, vertonen een grotere verscheidenheid dan de Europese talen. Zelf noemen deze volkeren zich liever First Nations.

Pas toen de gletsjers zich 9 000 jaar geleden eindelijk terugtrokken, daagden aan de oevers van de Skeena de eerste Tsimshian op. Toch zou het nog zo’n vierduizend jaar duren vooraleer je van grootschalige aanwezigheid kon spreken. Vissersgemeenschappen van vijfduizend inwoners, compleet met woningen, rookhuizen en droogrekken voor vis waren toen geen uitzondering meer.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1004y.jpg

Prince Rupert

De Skeena voerde zalm aan, de Nass bracht ook eulachon voort, een voedzame vis die enorm veel olie opleverde. Die olie hielp hen niet alleen de moeilijke periode op het einde van de winter te overbruggen, maar speelde ook een belangrijke rol in de handel met de volkeren uit het zuiden. De Tsimshian speelden het zelfs klaar om handel te drijven met de Kwakwaka'wakw op Vancouver Island – een tocht van zo’n vierhonderd kilometer met kano’s over woelig zeewater.

De Tsimshian speelden het zelfs klaar handel te drijven met de Kwakwaka'wakw op Vancouver Island

Met tipi’s kan je in dit barre klimaat weinig aanvangen. Traditioneel woonden de Tsimshian in langhuizen. Massieve boomstammen vormden het skelet van de woning, planken daartussen vormden de muren. Zo’n langhuis kon onderdak bieden aan 80 tot 200 mensen. Ze vormden dan ook het centrum van het sociale, economische en zelfs politieke leven. Het museum waar wij ons nu bevinden, het Museum of Northern British Columbia, is helemaal in de stijl van zo’n First Nations Longhouse opgetrokken, laat Brandon niet na op te merken.

Verschillende gezinnen die in dezelfde ruimte samenleefden, we proberen het ons voor te stellen. Hectische toestanden moet dat opgeleverd hebben. Al heerste er een strikte sociale hiërarchie in het langhuis. Het gezin met de hoogste status had zijn stek helemaal achteraan, dat met de laagste status hokte vooraan bij de deur.

In de nok van het dak koesterde de familie haar crest. Dat was familiebezit – ooit had de familie op een of andere wijze het voorrecht verworven om dat familieteken te voeren. Zo is er het verhaal van de familie die een grizzly als crest mocht voeren omdat ze een onbekende vreemdeling te eten gegeven had. Ook de totempaal voor de woning reflecteerde de geschiedenis en de sociale status van de familie. Indrukwekkende gevaartes waren dat, die zes tot twaalf meter hoog konden zijn. Kenners kunnen de betekenis van elk van de voorstellingen aflezen.

Ook de totempaal voor de woning reflecteerde de geschiedenis en de sociale status van de familie

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0654y.jpg

Totempalen

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0659y.jpg

Canadian Museum of History, Gatineau

Een totempaal oprichten of een crest installeren, dat deed je niet zomaar van de ene dag op de andere. Zulke voorrechten moesten door de gemeenschap erkend worden. Dat gebeurde tijdens een potlatch. Zulke ceremonies werden enkel bij belangrijke gebeurtenissen georganiseerd, zoals een huwelijk, een geboorte, een machtsoverdracht of – de belangrijkste van allemaal – de oprichting van een totempaal.

Na afloop van de feestelijkheden kregen de gasten kostbare geschenken mee. Zo drukte de gastheer zijn dankbaarheid uit voor hun aanwezigheid en voor hun bereidheid getuige te zijn van de gebeurtenis. Want enkel dank zij deze getuigen kon de gebeurtenis deel gaan uitmaken van de adawx, de mondelinge overlevering die iedereen geacht werd te kennen. Hoe hoger de status van de gastheer, des te rijker de giften. Jaren kon het duren vooraleer die gastheer voldoende geschenken verzameld had om zijn potlatch te organiseren. Soms kwam hij die financiële aderlating nooit meer te boven. Dat noopte missionarissen en overheden er op het einde van de 19e eeuw toe deze praktijken te verbieden. Toch zouden ze nog bijna een volle eeuw standhouden.

Erfelijke afkomst speelde een zeer grote rol. Je afkomst bepaalde wie je was, wat je kon, wat je mocht. Elkeen behoorde tot één van de vier clans – arend, wolf, raaf of orka. Huwen binnen dezelfde clan was niet toegelaten. De afstamming volgde de lijn van de moeder. Trouwde een raaf-man met een wolf-vrouw, dan waren de kinderen wolf. Mater semper certa est, plachten de Romeinen al te zeggen, Wie de moeder is, is altijd zeker.

In het binnenland leefden de Tsimshian een nomadisch bestaan. Het seizoen en de beschikbaarheid van voedsel bepaalden waar ze zich vestigden. Verhuizen, dat deden ze uiteraard per kano. Een alternatief is er in dit ontoegankelijke gebied immers niet. Hun hele hebben en houden namen ze dan mee, inclusief de planken van het langhuis. Die transporteerden ze dwars op een drietal kano’s, als een soort trimaran avant-la-lettre. Het skelet van het huis daarentegen lieten ze staan. Wie weet, kwamen ze hier zelf ooit terug, of zouden anderen er hun intrek nemen. Zo werd ook het kostbare cederhout gespaard.

Nergens op aarde was er ooit een grotere concentratie van nomaden die niet van landbouw leefden, maar louter van jagen en verzamelen

Het noordwesten van Canada mag dan moeilijk toegankelijk zijn, nergens op aarde was er ooit een grotere concentratie van nomaden die niet van landbouw leefden, maar louter van jagen en verzamelen. Het illustreert eens te meer de enorme rijkdom van deze regio.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0689y.jpg

Bentwood box (Canadian Museum of History, Gatineau)

Christina loodst ons door het museum langs de artefacten van haar voorvaderen – kunstig geweven manden uit raaigras, kammen, bekers, maskers. We kijken onze ogen uit op de fameuze bentwood boxes, een fraai staaltje van houtbewerkingstechnologie. Deze kisten uit cederhout bestaan uit slechts twee planken. Een daarvan vormt de platte bodem. De andere krijgt op drie plaatsen een diepe dwarsinsnijding. Vervolgens wordt de plank in stoom geweekt, zodat ze op die drie plaatsen haaks geplooid kan worden om de vier opstaande zijden van de kist te vormen. Het resultaat is een waterdichte kist van buighout.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0677y.jpg

Hoed in raaigras (Canadian Museum of History, Gatineau)

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0668y.jpg

Chilkat (detail, Canadian Museum of History, Gatineau)

Ook van de befaamde T-vormige koperen schilden, de zogenaamde coppers, zijn enkele prachtexemplaren aanwezig. Met de krijgskunst hadden die schilden niets te maken, met het prestige van hun eigenaar des te meer. Want het bezit ervan was aan de aristocraten voorbehouden.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0670y.jpg

Copper (Canadian Museum of History, Gatineau)

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1011y.jpg

Metalen kroon (Museum of Northern British Columbia, Prince Rupert)

Heel fraai zijn ook de chilkats. Zulke kunstig geweven dansdekens werden door de chef, de sm’oogit, tijdens de dans gedragen. Christina wijst ons de beeltenis aan van een raaf, een orka, een arend en een kikker – respectievelijk symbool van wijsheid, weelde, vrede en voorspoed. Door tijdens de dans met zijn hoofd te schudden, liet de sm’oogit donsveertjes van arenden als een wolk over de aanwezigen neerdwarrelen. Dat was zijn manier om hun vrede toe te wensen.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0683y.jpg

Chilkat (Canadian Museum of History, Gatineau)

Een hele eer noemt de zestigjarige Sam het, dat hij ons de verhalen uit de orale geschiedenis van de Tsimshian mag vertellen. Over zijn schouders draagt hij een fraaie chilkat. Al zes jaar zijn die verhalen zijn passie, maar het was niet vanzelfsprekend. Hij moest er immers vooraf de toestemming van de ouderlingen voor krijgen.

Eb en vloed hebben we aan een nieuwsgierige raaf te danken, die wilde weten wat er zich op de bodem van de zee afspeelde

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1008y.jpg

Button blanket met knopen van paarlemoer (Museum of Northern British Columbia, Prince Rupert)

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1005y.jpg

Sam met chilkat

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas0007y.jpg

Button blanket (Museum of Northern British Columbia, Prince Rupert)

Zo leert Sam ons hoe eb en vloed zijn ontstaan. Dat verschijnsel hebben we aan een nieuwsgierige raaf te danken, die wilde weten wat er zich op de bodem van de zee afspeelde. Hij tilde het water op, gluurde even over de zeebodem en liet het water vervolgens weer zakken – ziedaar de getijden. Ook maken we kennis met het wedervaren van een grootmoeder en haar kleindochter die, helemaal op zichzelf aangewezen, van het spinnenvolk leerden hoe ze een net moesten maken om vis te vangen. Sam brengt zijn verhalen rustig, zonder enige stemverheffing, op het monotone af, doorspekt met vele rustpauzes en dito herhalingen. Eeuwenoude wijsheden dulden geen andere vertelstijl.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1009y.jpg

Krijger (Museum of Northern British Columbia, Prince Rupert)

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01a Gatineau\Best Of\OCAN0665y.jpg

Houten masker met paarlemoer (Canadian Museum of History, Gatineau)

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\01 Prince Rupert\Best Of\Alas1006y.jpg

Chilkat (detail, Museum of Northern British Columbia, Prince Rupert)

Het heeft ons een beetje overrompeld, deze diepgaande kennismaking met de First Nations. En daar zal het niet bij blijven. De komende dagen zullen we de andere protagonisten in deze regio leren kennen – de Russische pelsjagers en vooral de goudzoekers in wiens spoor we zullen reizen.

Top

Zaterdag 16 juli | Prince Rupert – Petersburg

Vrij normaal, antwoordt Father Harriot op onze vraag hoe het weer is in de Panhandle. Hij kan het weten, want hij komt er net van terug. Maar zijn pretoogjes verraden dat we er voluit zullen kunnen genieten van wat men hier met milde ironie liquid sunshine noemt.

Negenenzeventig is hij nu, deze Anglicaanse priester met wie we de ontbijttafel delen. Van 1952 tot 1962 was hij in Alaska werkzaam. Eerst in Point Hope, de meest noordwestelijke punt van Alaska, naar ons gevoel een van de meest onmogelijke plekken om te leven. Dan in Nenana, een dorpje relatief dicht bij Fairbanks. De beschaafde wereld dus. En ten slotte in Ketchikan in de Panhandle. In Point Hope leerde Father Harriot de ijzige temperaturen van het hoge noorden kennen, in Ketchikan de jaarlijkse neerslag van 4 500 mm – bijna 6 maal zoveel als in België. En in Nenana moest hij in 1953 hals over kop zijn houten kerkje laten verplaatsen, omdat dit door de immer wisselende loop van de Tananarivier bedreigd werd.

Herken je in het silhouet van Alaska een steelpannetje, dan vormt de Panhandle de steel van dat pannetje

Een tocht van bijna vijftienhonderd kilometer hebben we nu voor de boeg, met als eindpunt het goudzoekersstadje Dawson City op de oever van de Yukon. Het eerste deel van die tocht zal ons over water door de Amerikaanse Panhandle voeren, een lappendeken van duizenden eilanden en waterwegen met een oneindig aantal inhammen, baaien en fjorden. Het tweede deel zal ons door het Canadese binnenland tot in Dawson City brengen.

Herken je in het silhouet van Alaska een steelpannetje, dan vormt deze smalle kuststrook de steel van dat pannetje – vandaar die naam Panhandle. Als een vinger van 650 km lang wijst ze zuidoostwaarts naar wat men hier graag de Lower 48 noemt, de 48 staten van de USA die een aaneengesloten geheel vormen.

Druk zal het niet zijn in de Panhandle. Op een oppervlakte van driemaal België wonen er hooguit 70 000 mensen. Dat hoeft niet te verbazen, want over land kan je dit gebied niet bereiken. Daar zorgt het ondoordringbare kustgebergte wel voor. Maar met zijn 11 ferryboten maakt het Alaska Marine Highway System het gebied perfect bereisbaar. Hier neem je de boot zoals je elders de bus neemt.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1014y.jpg

Matanuska in Prince Rupert

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1015y.jpg

In alle vroegte reppen we ons dan ook naar de terminal van de ferry's. Maar eerst nog even bij de receptionist van het hotel checken wat de weersvoorspelling is voor vandaag. Maybe sunny, maybe rainy, maybe both, luidt het zelfverzekerd.

Maybe sunny, maybe rainy, maybe both, zo luidt de weersvoorspelling

Inchecken op de ferryboot behandelen ze hier als een grensovergang, ook al is het straks nog 70 km varen tot aan de territoriale wateren van de USA. En de Amerikanen hebben 9/11 nog vers in het geheugen zitten. Tijdens de vaart zal daarom MarSec II, Maritime Security Level II, van toepassing zijn, zo lezen we op een paneel. Zelfs in deze uithoek gaan ze dus van een Significant risk of attack uit. Aan boord zullen bijvoorbeeld de bagagelockers niet gebruikt mogen worden.

Lieden zoals wij blijken 8CFR217-burgers te zijn. Gedwee verklaren we met de hand op het hart dat we noch spionnen, noch nazi’s, noch communisten zijn. Dat we geen drugs gebruiken en geen kinderen kidnappen. Dat we aan geen besmettelijke ziekten lijden en dat we heel in het bijzonder vrij zijn van HIV. De douane onderwerpt ons aan de klassieke overhoring over het verleden van onze bagage en de toekomst van onze bezigheden, maar we kennen ons lesje en slagen zonder kleerscheuren voor het strenge examen.

Drie kwartier later wandelen we aan boord van de Matanuska, nemen onze intrek in onze kajuit en zetten onze horloges een uur achteruit. Aan boord hanteren ze immers Alaskatijd. Het tijdsverschil met België bedraagt nu al tien uur. Vierentwintig uur lang zal de Matanuska ons tussen vele tientallen dichtbeboste eilanden door noordwaarts loodsen, soms langs smalle en bochtige natuurlijke waterwegen. Dit traject, van Prince Rupert in het zuiden tot Skagway in het noorden, maakt deel uit van de Inside Passage en wordt geroemd voor zijn indrukwekkende landschappen. Voor zover regen en mist ze niet aan het oog onttrekken.

Zalmen maken luchtsalto’s, een zeearend zit achter een zeemeeuw aan, het kopje van een pelsrob verschijnt even boven water

Twintig na zeven is het als de Matanuska zich met 152 reizigers aan boord van de kade losmaakt voor zijn 2 525e vaart. Meteen zet de plaatselijke fauna zijn beste voetje voor: zalmen maken luchtsalto’s, een zeearend zit achter een zeemeeuw aan, het kopje van een pelsrob verschijnt even boven water. Gaandeweg weet de zon zelfs het dichte wolkendek weg te branden en het grijze wateroppervlak prentkaartenblauw te kleuren. We laten het rustige vaarwater van de Chatham Sound achter ons en zetten koers naar de woelige open zee van Dixon Entrance.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1016y.jpg

 

Even later dringen we de territoriale wateren van de USA binnen – ons eerste contact met het onmetelijke Alaska. Onmetelijk is deze 49e staat van de USA inderdaad. Met haar oppervlakte van 1,5 miljoen km2 is ze even groot als Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux samen. Toch wonen er amper 635 000 mensen. Dat zijn er minder dan in heel de Antwerpse agglomeratie.

Ongeveer één Alaskaan op zeven stamt van de oorspronkelijke bevolking af

Ongeveer één Alaskaan op zeven stamt van de oorspronkelijke bevolking af. Wellicht denken we dan spontaan aan Eskimo’s, de meest tot de verbeelding sprekende inwoners van Alaska. Aan hen danken we uitvindingen zoals de parka, de kajak en de hondenslee. Toch is dat dubbelfout. Want zelf noemen deze mensen zich niet Eskimo maar Inuit. De naam Eskimo ervaren ze als een belediging. Wat meer is, binnen de rijke verscheidenheid aan oorspronkelijke volkeren vormen de Inuit een minderheid die pas vrij recent op het toneel verscheen.

Tegenwoordig weten we immers dat de inheemse volkeren van Amerika niet in één, maar in twee golven uit Azië gemigreerd zijn. Eerst waren het de voorouders van groepen zoals de Tsimshian, de Tlingit en de Haida die de landbrug van Beringië overstaken. Hen tref je heden ten dage vooral in het binnenland van Alaska en Noordwest-Canada aan. Pas duizenden jaren later daagden de Inuit op. Zij houden zich bijna uitsluitend aan de kusten op. Daarna was het nog eens een paar duizend jaar wachten vooraleer in de 18e eeuw blanken hun opwachting maakten.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1017y.jpg

Containerschip

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1018y.jpg

Amerikaanse kustwacht

Terwijl de Matanuska naar Revillagigedo Channel op zoek gaat, geeft ranger Matthew een beetje toelichting. Wat we hier rondom ons zien, legt hij uit, maakt deel uit van Tongass National Forest. Het grootste regenwoud van Noord-Amerika is dat, het beslaat ongeveer drie kwart van de Panhandle – meer dan tweemaal België dus. Jaar in, jaar uit valt hier vier tot vijf meter regenwater op de dichtbeboste heuvels. Ondertussen is de hemel almaar meer betrokken en nestelen wolken zich steeds lager rond de eilanden.

Links maken Mary Island en Annette Island hun opwachting. Ze behoren tot de Alexander Archipelago, een enorme archipel van elfhonderd eilanden die zich over een afstand van bijna vijfhonderd kilometer voor de noordwestkust van het Amerikaanse continent uitstrekt. Het zijn deze eilanden die deze kustwateren van de open zee afschermen en zo de drukke scheepvaart mogelijk maken. Tussen de eilanden door is het rustig varen – Inside Passage dankt er zijn naam aan.

In de jaren dertig van de vorige eeuw eigende Ketchikan zich zelfs de titel Canned Salmon Capital of the World toe

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1020y.jpg

Ketchikan

Onze eerste tussenstop zit er aan te komen. Even na één meren we nabij Ketchikan af, een stadje van 15 000 inwoners en tevens de thuisbasis van Alaska Marine Highway System. Zoals de meeste nederzettingen in de Panhandle is Ketchikan rond een rivier ontstaan waar de zalm elk jaar komt paaien. In de jaren dertig van de vorige eeuw eigende de stad zich zelfs de titel Canned Salmon Capital of the World toe, omdat nergens ter wereld meer zalm ingeblikt werd dan in de twaalf conservenfabrieken van Ketchikan.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1021y.jpg

Ketchikan

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1022y.jpg

Lossen en laden van mensen, voertuigen en vracht verlopen verbazend snel. Een dik uur later zijn we weer onderweg. De zon is dan opnieuw in haar beste doen. Bijna alle heuveltoppen zijn zichtbaar, de lucht is grotendeels blauw en het is warm aan boord. Enkel in de verte drijven net boven het wateroppervlak nog wat nevels van op zee binnen.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1025y.jpg

 

Op het zonnedek is alvast het tentje van een backpacker verschenen – niet iedereen zal straks in een kajuit overnachten. Anderhalf uur later in Clarence Strait wordt het dan weer wat frisser onder een dichte bewolking.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1026y.jpg

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1024y.jpg

 

Even na acht doen we Wrangell aan, een van de oudste niet-inheemse nederzettingen van Alaska. Haar naam ontleent ze aan haar stichter, de Rus Ferdinand von Wrangel. Het was de bonthandel met de Tlingit die de Russen in het begin van de 19e eeuw naar hier bracht. Later werd dat handeltje kortstondig door de Britse Hudson Bay Company overgenomen. Maar tegenwoordig is het stadje op zichzelf gekeerd, zoals zovele in Alaska. Dat blijkt onder meer uit het spandoek dat een inwoner ostentatief tegen zijn huisgevel heeft hangen. Get US out of United Nations, zo lezen we er. Anno 2005 is het isolationisme nog steeds levendig in de USA.

Voor een gevaarte zoals de Matanuska is het oppassen geblazen in Wrangell Narrows

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1027y.jpg

 

Een uurtje later zet de Matanuska zijn tocht verder. Petersburg is onze volgende bestemming. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, laat de kapitein ons via de luidsprekers weten, want dit traject zal ons door de beruchte Wrangell Narrows voeren. Een smalle, bochtige watergeul tussen Kupreanof Island en Mitkof Island is dat. Op sommige plekken is ze niet meer dan honderd meter breed en amper 7,35 m diep. Voor een gevaarte zoals de Matanuska – honderdtweeëntwintig meter lang, 5,1 m diep – is het dus oppassen geblazen. Dat willen we best geloven, maar in weerwil van de stemmingmakerij van de kapitein zijn we er nogal gerust in. Per slot van rekening is dit de 2 525e vaart van de Matanuska, als we ons goed herinneren.

Door het grillige bochtenspel van de rivier duiken de rode lampjes soms aan onze linkerkant op, en de groene rechts

Half elf is het als we in volle duisternis het begin van de kloof naderen. Enkele tientallen kijklustigen hebben zich op de boeg verzameld. Gespannen wachten we de gebeurtenissen af. Aanvankelijk zien we geen hand voor ogen, tot zich een vreemd lichtspel ontvouwt. Rechts staan driehoekige, rode navigatielichten aan de rand van de vaargeul te knipperen, links zijn het vierkante, groene lichten die ons begeleiden. Maar in de duisternis kan je de afstanden nauwelijks schatten. Door het grillige bochtenspel van de rivier duiken de rode lampjes soms aan onze linkerkant op, en de groene rechts. Af en toe scheert een wit zoeklicht laag over het wateroppervlak, speurend naar rotseilandjes die de doortocht nog wat spannender maken. We krijgen er kop noch staart aan. Precies zestig minuten duurt het vooraleer we het laatste navigatielichtje passeren en we de 35 km lange kloof achter ons kunnen laten.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\02 Inside Passage\Best Of\Alas1028y.jpg

 

Pas als we in bed liggen, merken we hoe het schip davert onder het stampen van de motoren. Alle metalen onderdelen van onze kajuit dansen enthousiast mee. Maar dit weerhoudt er ons geenszins van de slaap te vatten. Vaag horen we hoe de Matanuska even na middernacht in Petersburg aanmeert.

Top

Zaterdag 17 juli | Petersburg – Juneau

De lucht is dichtbewolkt, het zeewater groengrijs, de hoogste bergen zitten met het hoofd in de wolken, het regent lichtjes. Half negen is het als we in Auke Bay ontschepen, 22 km benoorden Juneau. Dat betekent dat we ongeveer driekwart van Inside Passage achter de rug hebben.

Bus of trein zal je hier vergeefs zoeken, want dat zou de taxichauffeurs hun broodwinning ontnemen. Dus gaan we in de gietende regen naar een taxi op zoek. Bruce neemt de honneurs waar. Tijdens de zomermaanden is hij taxichauffeur in Juneau, tijdens de wintermaanden jaagt hij op herten in de omgeving van zijn thuisstad Petersburg.

Kortom, als je niet kan leven met dit zelfgekozen isolement, dan heb je hier niets te zoeken

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1030y.jpg

Juneau – Franklin Street

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1036y.jpg

Juneau – Cruiseschip

Stel je op een quiz de vraag naar de hoofdstad van Alaska, dan krijg je wellicht Anchorage als antwoord. Of misschien Fairbanks. Maar het is het eerder bescheiden Juneau dat met die titel gaat lopen. Geen hoofdstad ter wereld lijkt meer van haar eigen hinterland geïsoleerd te zijn dan Juneau. Via land is de stad niet eens bereikbaar, het wegennet loopt dood aan de voet van de bergen. Vliegen is geen zekerheid, want jaarlijks worden tientallen vluchten afgelast vanwege de weersomstandigheden.

De inwoners van Juneau laten het alvast niet aan hun hart komen. Moet de stad via een weg met het binnenland verbonden worden? Her en der zien we autostickers die een duidelijk antwoord op die vraag verwoorden: Want more roads? Move south! Kortom, als je niet kan leven met dit zelfgekozen isolement, dan heb je hier niets te zoeken.

Nevels hangen nog steeds laag boven het water en alle bergtoppen zitten in de wolken verscholen als we door de steile straten van Juneau naar boven klimmen. Beneden in de haven domineren twee reusachtige cruiseboten het uitzicht van de stad. Hier en daar nemen houten trappen tegen de steile berghellingen de functie van de straten over – trappen die straatnamen dragen.

Het Russisch-orthodoxe kerkje staat er al sedert 1894, toen het door Slavische immigranten en bekeerde Tlingit gebouwd werd

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1033y.jpg

Juneau

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1035y.jpg

Sint-Nicolaaskerk

In de Russisch-orthodoxe Sint-Nicolaaskerk is net een dienst bezig. Het kerkje staat er al sedert 1894, toen het door Slavische immigranten en bekeerde Tlingit gebouwd werd. Dat de Russisch-orthodoxe kerk in de Panhandle en op de Aleoeten nog steeds zo prominent aanwezig is, is deels op de expansiepolitiek van Peter de Grote terug te voeren. Hij was het die Vitus Bering in 1728 een eerste keer op verkenning uitstuurde naar de zee-engte die tegenwoordig diens naam draagt.

Toen Bering in 1741 aan scheurbuik stierf, had hij in het gebied tussen Kamtsjatka en Alaska de basis gelegd voor de invasie door Russische pelsjagers. Die kwamen op de abundante aanwezigheid van zeehonden en zeeotters af. Maar zelf bakten de Russen er niet veel van. Jagen op zee, daar waren de Aleoeten veel beter in. De Russen legden de Aleoeten een slavenregime op door hun vrouwen en kinderen te gijzelen en zo de mannen te dwingen in hun plaats op pelzen te jagen.

Met datzelfde trucje dachten de Russen ook in de Panhandle weg te komen, maar de strijdlustige Tlingit lieten zich niet zo gemakkelijk doen. Meermaals beten de Russen er in het zand. Uiteindelijk moesten ook de Tlingit zich gewonnen geven. Vanaf 1794 verschenen Russisch-orthodoxe missionarissen op het toneel. Her en der in de Panhandle verrezen nu de kerkjes met hun typische uienkoepel zoals deze Sint-Nicolaaskerk.

Toen de lucratieve pelshandel in het slop raakte, kwamen de Russen op het idee om Alaska aan de jonge USA te verkopen. In 1867 bleek minister van Buitenlandse Zaken William Seward bereid er 7,2 miljoen dollar voor af te dokken – ongeveer vijf dollarcent per hectare. Weggegooid geld, vond het gros van de Amerikanen toentertijd van die transactie. De Alaska Purchase werd al gauw Seward’s folly genoemd. Of men daar vandaag nog steeds zo over denkt, is hoogst twijfelachtig.

Toen de blanken naderden, dachten de indianen dat de dag van het laatste oordeel aangebroken was

Vreemd genoeg voltrok zich hier bij één van de eerste ontmoetingen tussen blanken en autochtonen bijna hetzelfde scenario als tussen Cortez en de Azteken, of tussen Pizarro en de Inca’s. In 1786 dachten de Chilkat Tlingit namelijk dat de twee schepen die ze in de verte aan de horizon zagen opdoemen, grote zwarte vogels met witte veren waren. De verhalen van hun voorouders leerden hen immers dat ooit de Raaf, de schepper van de wereld, zou terugkeren om te belonen wie zijn voorbeeld gevolgd had en om te straffen wie zich vermaakt had. Toen de blanken naderden, dachten de indianen dan ook dat de dag van het laatste oordeel aangebroken was.

En dat laatste is niet eens fel overdreven. Want hoewel er nooit meer dan negenhonderd Russen in Alaska verbleven, was hun aanwezigheid even desastreus als die van Cortez in Mexico en die van Pizarro in Peru. Toen de Russen hun handeltje opdoekten, bleven er van de 25 000 Aleoeten slechts 2 000 over, grotendeels gedecimeerd door pokken, tuberculose en influenza. Het feit dat Aleoetische families met tientallen in een kuilwoning samenleefden, was natuurlijk niet van aard om onderlinge besmetting tegen te gaan.

Met wat ze in hun natuurlijke omgeving te pakken konden krijgen, wisten de volkeren van Alaska zowat alles te vervaardigen wat ze nodig hadden. Dat leren we in het Alaska State Museum. Ingewanden van zeehonden en zeeleeuwen vormden de grondstof voor de waterdichte parka’s die ze tijdens de jacht op zee of op het ijs droegen. Ervaren naaisters wisten het materiaal zo te plooien dat de steken er nooit helemaal doorheen gingen, zodat de parka waterdicht bleef.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1038y.jpg

Parka

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1037y.jpg

Alaska State Museum (Juneau)

Geen beeld dat meer met de Inuit geassocieerd wordt dan de iglo. Toch fungeren zulke sneeuwhutten uitsluitend als tijdelijk verblijf, bijvoorbeeld tijdens de jacht, als er geen ander bouwmateriaal voorhanden is. Dat ook Inuit sneeuwblindheid duchtten, illustreren de brilletjes van been die het zonlicht slechts via een zeer nauwe spleet doorlaten.

Met zo’n vaartuig durven wij zelfs geen ondiepe vijver te bevaren, zo frêle oogt het

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1031y.jpg

Juneau – Front Street

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1032y.jpg

Red Dog Saloon

Voor vlechtwerk moest je bij de Aleoeten zijn. Hun manden, kommetjes en bekers uit raaigras zijn onovertroffen kunstwerkjes. De Iñupiat waren dan weer bedreven met de umiak, een boot vervaardigd van aan elkaar genaaide huiden van baardrobben die over een geraamte van drijfhout gespannen zijn. Met een umiak zoals wij die hier aanschouwen, durven wij zelfs geen ondiepe vijver te bevaren, zo frêle oogt hij. Toch namen er vijf tot zes jagers in plaats om op de Arctische Zee achter Groenlandse walvissen aan te zitten. Enorme kolossen van zestig ton zijn dat. Zelfs de Beringstraat staken de Iñupiat met die umiaks over.

Eeuwenlang wisten de Tlingit hun monopolie op de handel tussen de noordwestelijke kust en het binnenland van Canada te handhaven. Cederhout was hun specialiteit. Weer zijn het vooral de fameuze kisten van buighout die ons opvallen.

Terug buiten stoten we in de druilerige regen op een vriendelijke dame die hotdogs verkoopt. Niet zomaar hotdogs, maar heuse rendierenhotdogs. Dat is het proberen waard. In de kilte van de liquid sunshine kunnen we niet anders dan erkennen dat deze hotdog zich kwalitatief niet van zijn Europese soortgenoten onderscheidt – noch in slechte zin, noch in goede.

Zaagmeel op de vloer en een weelde aan parafernalia aan muren en plafond. Dat is de historische authenticiteit die de Red Dog Saloon tracht uit te stralen. Een beetje artificieel wellicht, maar het is er droger dan buiten. Dus nestelen we ons rustig achter ons biertje.

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1042y.jpg

Beverdam

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1040y.jpg

Stellers gaai

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1041y.jpg

Eekhoorn

 

D:\DataFoto\Dia's - Reizen\2005-07-14 BC - Yukon - Alaska\03 Juneau\Best Of\Alas1039y.jpg

Top

Jaak Palmans

© 2005, 2020

Lees het vervolg in (2/4)

Twee jaar te laat op 't appel