Het Huis van Miljoenen Jaren

Egypte | Anno 2010

 

D:\DataReizen\Pacomaja\Ontwikkeling\41 Egypte\Bronversies\38 (png) Regiokaart.png

 

Het is zeven uur in de ochtend, de temperatuur is nog draaglijk. Overal zijn mensen op de velden aan het werk, lang vóór de verschroeiende middagzon toeslaat. Tarwe en suikerriet oogsten ze manueel, machines komen daar niet bij te pas. Suikerrietstokken binden ze samen vooraleer ze af te snijden, kwestie van het transport te vergemakkelijken. Zo gaat het al duizenden jaren op de vruchtbare oevers van de Nijl.

Koningsgraven en tempels bezoeken mag dan vaste prik zijn in Egypte, wat Abydos te bieden heeft is van een andere dimensie

Onze verwachtingen zijn hooggespannen. Koningsgraven en tempels bezoeken mag dan vaste prik zijn in Egypte, wat Abydos te bieden heeft is van een andere dimensie. Enkele duizenden jaren lang was het een belangrijk bedevaartsoord. De pelgrimstocht naar Abydos maken of liever nog, er begraven worden, was de droom van elke Egyptenaar. Lukte dat niet, dan liet je er een stèle oprichten als je er de middelen voor had. En in je graftombe liet je een afbeelding opnemen van jouw eigen boottocht naar Abydos, zelfs al had die vaak niet eens plaatsgevonden.

Veel zou er in Abydos vandaag niet meer te beleven vallen, ware het niet dat farao Seti I er een tempel liet bouwen. Zonder overdrijving is het een van de mooiste tempels van het oude Egypte geworden. Niet zozeer vanwege zijn monumentale karakter, dan wel vanwege zijn verbluffende interieur dat grotendeels ongeschonden de millennia doorstaan heeft. In die mate dat je niet het gevoel hebt tussen ruïnes van vergane grootheid te vertoeven, maar zelfs iets van die eeuwenoude spiritualiteit lijkt te ervaren. Dat Abydos ten noorden van Luxor ligt, en dus ver van het hectische toerisme dat zich tussen Luxor en Aswan afspeelt, maakt de plek er voor ons alleen maar aantrekkelijker op.

De moordende aanslag op de bezoekers van de tempel van Hatsjepsoet in 1997 zijn ze nog lang niet vergeten

Op de comfortabele asfaltweg houdt Nasr er met zijn Toyota HiAce-busje goed de vaart in, doorgaans negentig tot honderd per uur. Alsof minuten ertoe doen als je op weg bent naar een cultusplek voor de eeuwigheid. Lang duurt dat gejakker echter nooit. Zowat om de tien minuten duikt een controlepost van de politie op en slalommen we bijna stapvoets tussen de nadarhekken door. Al zie je hier niet veel toeristen, toch is de overheid kennelijk nog steeds op haar hoede. De moordende aanslag op de bezoekers van de tempel van Hatsjepsoet in 1997 zijn ze nog lang niet vergeten.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\01 Buiten\EGYP1426y.jpg

Naar Egyptische normen is dit dus een piepjonge tempel, een luttele tweeduizend jaar oud

Ter hoogte van Qina duikt aan de overkant van de Nijl het tempelcomplex van Dendera op, dat andere juweeltje dat vandaag op ons programma staat. Nasr dropt ons op de parking. Samen met gids Moestafa kuieren we over de brede promenade het imposante bouwwerk tegemoet.

Pronkstuk van deze site is de tempel van Hathor, ook al een van de best bewaarde gebouwen van het oude Egypte. Hathor was in heel het land populair, haar beelden tref je overal aan. Maar Dendera was haar thuisbasis, dit was de cultusplaats bij uitstek van deze hemelgodin. Al omstreeks 2500 v.Chr. werd ze hier vereerd, zo blijkt uit archeologisch onderzoek. Toch was het wachten tot de eerste eeuw v.Chr. vooraleer deze tempel opgetrokken werd.

Naar Egyptische normen is dit dus een piepjonge tempel, een luttele tweeduizend jaar oud. Pas in 54 v.Chr. werden de werkzaamheden aangevat. In onze contreien was Julius Caesar toen volop bezig Gallië te onderwerpen. Dat plaatst deze Hathortempel helemaal aan het einde van een beschaving die ruim drieduizend jaar standhield. In zekere zin is het de zwanenzang van de Egyptische farao’s – voor zover je de Ptolemaeën die toen over Egypte heersten nog Egyptenaren mag noemen. In feite waren het Grieken die in het kielzog van Alexander de Grote aan de macht gekomen waren.

In het oude Egypte was Hathor een van de belangrijkste godinnen en tevens een van de meest veelzijdige. Haar blik bestreek de vier windstreken, waardoor ze elk facet van het leven beheerste. Ze was de moedergodin, de godin van liefde en seksualiteit, de beschermster bij geboorte en regeneratie, de patrones van muziek, dans en vreugde. Farao’s noemden zichzelf de vertegenwoordigers van de goden op aarde. Hathor zagen ze daarom als hun symbolische moeder. Vaak lieten ze zich op een tempelreliëf als adolescent afbeelden die door Hathor gezoogd werd en aldus met levenskracht gevuld werd.

Hathor was de moedergodin, de godin van liefde en seksualiteit, de beschermster bij geboorte en regeneratie, de patrones van muziek, dans en vreugde

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\01 Buiten\EGYP1430y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\01 Buiten\EGYP1428y.jpg

Bes was een populaire god, met zijn dwergachtige gestalte, zijn weelderige baard en zijn bolle wangen, een volkse beschermer zonder kapsones

In de vroegste tijden werd de vruchtbaarheidsgodin soms als een koe voorgesteld. Daar dragen de latere afbeeldingen van Hathor nog steeds de sporen van. Soms zijn haar oren op buitensporige wijze verlengd zodat ze op de oren van een koe lijken. Erg flatterend is dat niet voor een voorname dame, maar het hoort nu eenmaal bij haar status als moedergodin. Veel fraaier zijn de reliëfs waar ze als een slanke vrouw met de horens van een koe voorgesteld wordt. Temeer daar tussen die horens steeds een zonneschijf afgebeeld werd. Dat herinnert ons aan haar goddelijke afkomst. Hathor was immers de dochter van zonnegod Ra.

Bij het naderen van de hoofdpoort van Domitianus en Trajanus vestigt Moestafa terloops onze aandacht op een vreemde, bijna levensgrote figuur. Het is een beeltenis van de god Bes ten voeten uit, met zijn dwergachtige gestalte, zijn weelderige baard en zijn bolle wangen die hem iets joligs geven. Een populaire god was dit, een volkse beschermer zonder kapsones en alleszins een vreemde eend in de bijt te midden van de andere goden. Sla je er de afbeeldingen van het Egyptische pantheon op na, dan zal je Bes steevast frontaal weergegeven zien, terwijl de meer voorname goden zich uitsluitend in profiel laten afbeelden.

Dat we Bes hier in een prominente rol aantreffen, is geen toeval. Hij waakt over seksualiteit en geboorte. Zijn magische krachten zet hij bovendien in tegen ziekte en gevaren. Maar ook als god van de vreugde en de dans laat hij zich gelden – vandaar wellicht die bolle wangen. Dat alles maakt hem een perfecte bondgenoot van Hathor.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\01 Buiten\EGYP1427y.jpg

De Hathortempel was een van de laatste stuiptrekkingen van de Ptolemaeën, de tijd en de middelen om pylonen en een monumentale voorhof toe te voegen hadden ze niet

In de verte rijst de indrukwekkende façade van de Hathortempel op. In de verte, inderdaad, want al staan we ondertussen binnen het ommuurde tempelcomplex, de tempel zelf bevindt zich nog bijna honderd meter van ons vandaan, zo groot is het complex. Het tempelterrein omvat zo maar even vier hectare.

In vergelijking daarmee valt de Romeinse hoofdpoort eerder povertjes uit. Eigenlijk had hier een pyloon moeten staan zoals we die van gelijkaardige tempels in Edfoe en Philae kennen, een imposante toegangspoort met twee hoge torens. De gevels zouden dan versierd zijn met heroïsche scènes in verzonken reliëf waarop je de heldhaftige farao kan bewonderen terwijl hij vijanden van het Egyptische rijk in de pan hakt. Maar zover is het nooit gekomen. De Hathortempel was een van de laatste stuiptrekkingen van de Ptolemaeën, de tijd en de middelen om pylonen en een monumentale voorhof toe te voegen hadden ze niet.

Hathors partner was Horus, de zoon van Osiris en Isis. Niet de eerste de beste dus, want zijn ouders vormden het beroemdste koppel van het Egyptische pantheon. Horus’ beeltenis is elke bezoeker van Egypte welbekend. Steevast wordt hij als een valk voorgesteld, of als een man met een valkenkop. Horus belichaamt immers de hemel die hij als een valk doorkruist. De zon is zijn rechteroog, de maan zijn linkeroog.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\02 Mammisi\EGYP1436y.jpg

Een mammisi of geboortehuis was typisch voor de tempels van de Ptolemaeën

Samen hadden Horus en Hathor een zoon Ihy. Daar herinnert ons de mammisi aan, het gebouw dat we ondertussen aan onze rechterkant zien, haaks op de promenade. Zulke geboortehuizen waren typisch voor de tempels van de Ptolemaeën. Elk jaar opnieuw werd hier met veel luister de geboorte van het godenkind gevierd.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\02 Mammisi\EGYP1431y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\02 Mammisi\EGYP1432y.jpg

In zijn handen houdt Trajanus, gekleed als een Egyptische farao, offergaven voor Hathor die haar adolescente zoon Ihy zoogt

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\02 Mammisi\EGYP1433y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\02 Mammisi\EGYP1434y.jpg

 

Zelfs de Romeinen waren door die cultus begeesterd. Dat blijkt ten overvloede uit de verzonken reliëfs op de buitenwanden van de mammisi. Meermaals staat keizer Trajanus er te pronken, gekleed als een Egyptische farao. In zijn handen houdt hij offergaven voor Hathor die haar adolescente zoon Ihy zoogt, maar ook voor het godenpaar Horus en Hathor zelf. De Romeinse keizers ontnamen de Egyptenaren wel hun onafhankelijkheid, maar niet hun religie. Wat graag lieten ze zich hetzelfde eerbetoon als de vroegere farao’s welgevallen.

Net zoals Hathor had ook Horus zijn favoriete cultusplek. Die bevond zich in Edfoe, ongeveer 175 kilometer stroomopwaarts langs de Nijl. Niets menselijks was dit godenpaar vreemd, want ze zagen elkaar graag. Een jaarlijks bezoekje behoorde dus tot de vaste geplogenheden. Daar gingen heel wat feestelijkheden mee gepaard.

Het hoogtepunt was het uitvaren zelf. Het beeld van de godin werd dan uit het heiligdom gehaald, gezalfd, gekleed en versierd met het oog op de verre reis. Op een godenbark met draagstangen werd ze door hogepriesters de tempel uit gedragen. Via de heilige processieweg – de promenade waar wij nu op staan – trok de stoet naar de oever van de Nijl waar een pronkschip het gezelschap opwachtte.

Het gewone volk mocht de processie aanschouwen, maar Hathor zelf kregen ze niet te zien. Een schrijn onttrok haar aan hun onbevoegde blikken. Maar wensen en gebeden, die konden ze wel tot de godin richten. Het kwam zelfs voor dat de godheid een vraag beantwoordde. Dat deed ze dan via subtiele bewegingen van de bark, daarbij een handje geholpen door de priesters die de bark droegen – en een kleine vergoeding in ontvangst namen.

Drie zeilboten trokken het pronkschip tegen de stroming van de Nijl in van Dendera naar Edfoe

Drie zeilboten trokken het pronkschip tegen de stroming van de Nijl in van Dendera naar Edfoe. De wind waaide steeds uit het noorden, dat was mooi meegenomen bij deze verre reis naar het zuiden. Eens ter plekke aangekomen kon het Feest van de Mooie Ontmoeting beginnen, de jaarlijkse vereniging van Horus en Hathor. Na enkele dagen werd dan de terugkeer ingezet. Nu liet men het pronkschip met de stroming meedrijven, terwijl men door te roeien de snelheid nog wat verhoogde. De aankomst van Hathor in Dendera was om meer dan één reden heuglijk nieuws voor de plaatselijke bevolking. Men wist nu dat de jaarlijkse overstroming van de Nijl niet lang meer zou uitblijven.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1482y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1484y.jpg

In Egypte kent deze zaal zijn weerga niet, want hij is grotendeels intact, plafond inbegrepen. En dat is ronduit verbluffend

Over de voormalige processieweg kuieren we verder naar de hoofdtempel. Zelfs van op deze afstand kom je meteen onder de indruk van het imposante gebouw, 35 m breed en 12,5 m hoog. Dat gevoel wordt nog intenser als we de hypostyle zaal betreden, een van die indrukwekkende zuilenzalen waar de oude Egyptenaren een patent op hadden. De zuilenzaal die ze in Karnak neerzetten, een enorme hal met 134 zuilen elk 15 m hoog, schopte het zelfs tot wereldwonder. Daarmee vergeleken is wat we hier te zien krijgen eerder bescheiden. Achttien zuilen slechts, niet hoger dan 12,5 m. Toch kent deze zaal in Egypte zijn weerga niet, want hij is grotendeels intact, plafond inbegrepen. En dat is ronduit verbluffend.

Waar zich voor ons het architecturale erfgoed van het oude Egypte tot dusver uitsluitend in saaie zandkleuren etaleerde, spettert kleur hier van de wanden en de plafonds. Dat turkoois daarin de hoofdrol speelt, hoeft niet te verbazen. Vrouwe van Turkoois en Blauwe Godin waren maar enkele van de vele koosnamen waarmee de Egyptenaren hun vruchtbaarheidsgodin plachten te aanroepen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1443l.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1444l.jpg

Zo zijn er intrigerende voorstellingen van de cobragodin Wadjet met het leeuwenhoofd, rustend op haar gekrulde slangenstaart, de enorme vleugels parmantig opengespreid

Geen vierkante centimeter is onbewerkt gebleven. Duizend-en-een verzonken reliëfs sieren de zuilen en de wanden. Een wirwar van symbolen en hiërogliefen is het, soms herkenbaar, maar meestal kunnen we er geen touw aan vastknopen. Toch intrigeren sommige voorstellingen meteen, zoals bijvoorbeeld die van de cobragodin Wadjet met het leeuwenhoofd, rustend op haar gekrulde slangenstaart, de enorme vleugels parmantig opengespreid.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1439y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\03 Zijwanden\EGYP1489y.jpg

Waar zich voor ons het architecturale erfgoed van het oude Egypte tot dusver uitsluitend in saaie zandkleuren etaleerde, spettert kleur hier van de wanden en de plafonds

Veel aandacht gaat ook naar de bijna levensgrote taferelen waarin het godenpaar Hathor en Horus een prominente rol speelt, samen met hun zoon Ihy. Een klassieker is de scène met de heersende farao die zijn offers aan de goddelijke triade aanbiedt. In dit geval blijkt dat Claudius te zijn, de vierde Romeinse keizer. Dat leert ons zijn cartouche, de ovale figuur met enkele hiërogliefen die deskundigen in staat stellen de betrokkene te identificeren.

Toch zijn niet alle cartouches ingevuld. Meestal wijt men dat aan de politieke instabiliteit ten tijde van de Ptolemaeën. Dat waren immers hectische tijden. Vaak was het niet duidelijk hoelang de heersende farao het zou uitzingen. Dus stelden de beeldhouwers veiligheidshalve het invullen van de cartouches zo lang mogelijk uit.

De namen van de vreemde Romeinse keizers naar het antieke hiërogliefenschrift vertalen, daar was simpelweg niemand meer toe in staat

Wie het daar alvast niet mee eens is, is Moestafa. Deze tempel van Hathor noemt hij een van de laatste stuiptrekkingen van het oude Egypte. Een ongeëvenaarde cultuur van bijna drieduizend jaar liep hier op haar laatste benen. Maar de neergang was al veel eerder ingetreden. Vakmannen of kunstenaars die naam waardig, vond je nauwelijks nog. De namen van de vreemde Romeinse keizers naar het antieke hiërogliefenschrift vertalen, daar was simpelweg niemand meer toe in staat. Vandaar de lege cartouches.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1451y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1493y.jpg

Haar weinig flatteuze koeienoren verwijzen naar de vruchtbaarheid. Haar blauw gestreepte gierenpruik drukt haar verbondenheid met de hemel uit. In de vorm van haar gelaat herkennen we met gemak een baarmoeder

Hoogtepunt van de zuilen, letterlijk en figuurlijk, zijn de schitterende kapitelen met op elk van de vier zijden het gelaat van Hathor. Als universele godin richt ze haar blik uiteraard naar de vier windstreken. Het moeten enorme beelden zijn daarboven, naar schatting drie tot vier meter hoog. Haar weinig flatteuze koeienoren verwijzen naar de vruchtbaarheid. Haar blauw gestreepte gierenpruik drukt haar verbondenheid met de hemel uit, want hoog in de lucht voelt een gier zich thuis. In de vorm van haar gelaat herkennen we met gemak een baarmoeder, wat ons nogmaals attendeert op het belang van de vruchtbaarheid. Alleen jammer dat overijverige Koptische christenen het nodig vonden haar gelaat onherkenbaar te beschadigen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\03 Zijwanden\EGYP1490y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\04 Hathorzuilen\EGYP1494y.jpg

 

Helemaal bovenaan de zuilen bevindt zich nog een vierkante structuur. Die moet een sistrum voorstellen, een ritueel muziekinstrument dat een ritselend geluid produceerde. Algemeen werd aangenomen dat Hathor in haar nopjes was met die sound, al heeft ze dat nooit echt laten blijken. Waar zich normaal de plaatjes bevinden die dat geluid creëren, heeft de bouwheer voorstellingen laten aanbrengen van Hathor die haar tienerzoon Ihy zoogt.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1446y.jpg

De bas-reliëfs op het plafond zijn ronduit adembenemend in hun kleurrijke verscheidenheid en hun minutieuze beeldtaal

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1445y2.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1445y1.jpg

 

Zo belandt onze blik uiteindelijk op de bas-reliëfs van het plafond, ronduit adembenemend in hun kleurrijke verscheidenheid en hun minutieuze beeldtaal. Althans aan de westkant, want de oostelijke helft van het plafond zit nog onder een dikke laag inktzwarte roet verscholen. Steigers staan in de aanslag, er wordt gewerkt, maar het zal nog een tijdje duren vooraleer alles proper gemaakt is. Willen we het plafond in al zijn grootsheid bewonderen, dan zullen we over enkele jaren moeten terugkomen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1492y.jpg

Zo zien we Osiris op een troon zitten terwijl hij op een hemelse bark vaart. Je herkent hem aan de atef, een witte kroon met struisvogelveren aan weerskanten

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1492y2.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1492y1.jpg

 

Met het hoofd in de nek vergapen we ons aan zoveel moois. Gepassioneerd troont Moestafa ons mee naar de mooiste scènes. Zo zien we Osiris op een troon zitten terwijl hij op een hemelse bark vaart. Je herkent hem aan de atef, een witte kroon met struisvogelveren aan weerskanten. Zulke kroon mag alleen Osiris dragen. Voor hem zit Isis, zijn goddelijke echtgenote. Ze toont hem een anch, een levenskruis. Achter hem zit Nepthys, zijn schoonzus, de godin van de onderwereld. Ook de godin Maät is present. Een hele geruststelling is dat, want zij zorgt voor orde en stabiliteit. Ze heeft postgevat bij de boeg van het schip.

Links knielen drie menselijke figuren met de kop van een jakhals, rechts drie met een valkenkop. Dat zijn de zielen van Nechen en Pe. Zij vertegenwoordigen de mythologische koningen, de vorsten die over het oude Egypte heersten nog voor de allereerste farao’s hun intrede deden. Van hen was geweten dat ze tijdens bepaalde feesten naast de farao liepen om hem te beschermen. Weliswaar als geesten en dus onzichtbaar, maar toch gaf het besef van hun aanwezigheid een geruststellend gevoel. Hetzelfde geldt voor de acht wezens helemaal links op het tafereel, sommigen met de kop van een kikker. Samen vormen zij de Ogdoade, de acht oergoden die het in de kosmos voor het zeggen hadden toen de wereld nog niet geschapen was.

De bark blijkt op een sterrenhemel te drijven. Die wordt op zijn beurt door vier vrouwelijke figuren ondersteund

We hadden het niet meteen opgemerkt, maar de bark blijkt op een sterrenhemel te drijven. Die wordt op zijn beurt door vier vrouwelijke figuren ondersteund, de godinnen van de vier windstreken. In feite zeilt deze bark dus niet over het water, maar door de lucht. Het bijschrift maakt duidelijk dat Osiris op de vijftiende dag van de maand – tijdens de volle maan dus – in het oog van de maan gearriveerd is. Kortom, de scène toont ons hoe Osiris de volle maan belichaamt.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1447y.jpg

Dat genezingsproces van het oog van Horus associeerden de oude Egyptenaren met de duistere maan die weer helder wordt, met andere woorden met het wassen van de maan

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1447y2.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\05 Plafond\EGYP1447y1.jpg

 

Nog vreemder vinden wij het tafereel met een stoet goden die een trap bestijgen. Ze lijken op weg te zijn naar een grote, ronde schijf met een reusachtig oog. Veel verbeelding vergt het niet om in die schijf weerom de volle maan te herkennen. De veertien treden van de trap stellen de veertien dagen voor die de wassende maan nodig heeft om tot volheid te komen. Elk van die dagen is met een bepaalde godheid verbonden. De meesten van die veertien goden zijn nobele onbekenden voor ons, maar als we goed kijken, herkennen we er toch enkele. Beneden op de derde trede treffen we Horus aan. Hogerop zien we achtereenvolgens Hathor, Nepthys, weerom Horus, en dan netjes in het midden van de trap Isis en Osiris.

Blijft er nog dat oog dat ons zo geheimzinnig aanstaart. Een van de beroemdste mythen van het oude Egypte, aldus Moestafa, vertelt ons over de strijd op leven en dood tussen Horus en zijn oom Seth. Een symbolische strijd tussen Goed en Kwaad als het ware. Uiteraard wist Horus het gevecht in zijn voordeel te beslechten, maar niet zonder zijn linkeroog te verliezen. Gelukkig was daar Thoth, de god die onder meer de kennis en de magie in zijn portefeuille had. Hij wist het oog te genezen.

Dat genezingsproces van het oog van Horus associeerden de oude Egyptenaren met de duistere maan die weer helder wordt, met andere woorden met het wassen van de maan. Dat is dus ook wat hier afgebeeld is – de stijgende trap, de periode van veertien dagen, de volle maan, het genezen linkeroog. En niet te vergeten, de man die uiterst rechts met voldoening op het gebeuren toekijkt. Want deze menselijke figuur met het hoofd van een ibis is niemand minder dan Thoth.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1452y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1456y.jpg

Ihy is als een valk weergegeven, hij draagt de typische kroon met een zonneschijf en de staartvleugels van een valk

Niet zonder moeite dalen we in de ondergrondse crypte af. Die is onder de zuidelijke muur in een blok kalksteen uitgehouwen. Beslist geen toeval, want dat harde gesteente stelde de beeldhouwers in staat om hun bas-reliëfs nog meer detail mee te geven dan op de bovengrondse muren en zuilen van zandsteen. Dat kunnen we met eigen ogen vaststellen als we op een bas-reliëf van Ihy stoten, de zoon van Horus en Hathor. Ihy is als een valk weergegeven, hij draagt de typische kroon met een zonneschijf en de staartvleugels van een valk. Fraaie kleuren zal je hier vergeefs zoeken, maar de ragfijne weergave van zijn gevederte maakt dat ruimschoots goed.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1455y.jpg

Pronkstuk is zonder twijfel de precieuze menat, een instrument dat je zowel een ratel als een halsketting kan noemen

Eertijds werden in deze crypte de rituele voorwerpen en beelden bewaard die uitsluitend tijdens feestelijkheden in de openbaarheid kwamen. Wat we op de wanden zien, zijn bas-reliëfs van zulke objecten. Pronkstuk is zonder twijfel de precieuze menat, een instrument dat je zowel een ratel als een halsketting kan noemen. Hield je het zware handvat in je hand, dan kon je de plaatjes van het schild laten ritselen, een geluid dat Hathor zoals we weten veel genoegen schonk. Maar je kon deze menat net zo goed als een halsketting over je schouders dragen, met het handvat als tegenwicht op je rug. Op je borst prijkten dan vier Hathorzuiltjes, samen met het ritselende halfronde schild en een voorstelling van de goddelijke bark met een zonneschijf aan boord. Droeg je dit sieraard, dan kon jou niets ergs overkomen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1458y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1459y.jpg

 

Elk jaar in juli, aan de vooravond van het nieuwe jaar, was het in deze crypte een drukte van belang. Want dan werd de ba van Hathor opgediept, het gouden beeld dat haar ziel voorstelde. Met veel plechtstatigheid droegen priesters haar naar boven. In het spoor van Moestafa volgen we dat traject. De trap helt maar lichtjes, zodat hij een langgerekte spiraal rond een vierkante hal vormt – een allusie op de spiraalvormige duikvlucht van valken tijdens het baltsen. Afbeeldingen op de wanden vertellen ons hoe dat in zijn werk ging, zo’n antieke processie.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1469y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\06 Crypte en trappen\EGYP1460y.jpg

De trap vormt een langgerekte spiraal rond een vierkante hal – een allusie op de spiraalvormige duikvlucht van valken tijdens het baltsen

Zo belanden we op het dak van de tempel bij een open kapel met prachtige Hathorzuilen. Daar was het dat de ba, samen met beelden van andere goden, de nieuwe dageraad zou afwachten. Over de architraven werd een doek gedrapeerd dat de godenbeelden aan het zicht onttrok. ’s Anderendaags, op Nieuwjaarsdag, zou dat doek op het juiste moment weggenomen worden. Zonnestralen zouden het gouden beeld in al zijn schittering doen oplichten. Een symbolische vereniging tussen Hathor en de zon zou tot stand komen, de godin van de vruchtbaarheid zou haar vitale energie voor weer maar eens een jaar vernieuwd zien.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\07 Nieuwjaarskiosk\EGYP1461y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\07 Nieuwjaarskiosk\EGYP1462y.jpg

Zonnestralen zouden het gouden beeld in al zijn schittering doen oplichten. Een symbolische vereniging tussen Hathor en de zon zou tot stand komen

Een lange rechte trap voert ons terug naar beneden. Ons bezoek zou ten einde lopen, ware het niet dat Moestafa nog een curiosum voor ons in petto heeft. Nieuwsgierig volgen we hem naar de achterkant van de tempel. Zoals gebruikelijk zijn de zandstenen buitenmuren met monumentale reliëfs gesierd. Kwestie van ons aan de goddelijke afkomst van de farao’s te herinneren. Maar wat ons vooral opvalt zijn de waterspuwers in de vorm van een leeuwenhoofd. Kennelijk viel hier toch genoeg regen om erop te anticiperen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\08 Caesarion, vuurspuwers\EGYP1473y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\08 Caesarion, vuurspuwers\EGYP1471y.jpg

Cleopatra VII Philopator is afgebeeld in het gezelschap van haar adolescente zoon Ptolemaeus XV, bij ons beter bekend als Caesarion, de zoon van Julius Caesar

Maar daar is het Moestafa niet om te doen. Het verzonken reliëf dat hij ons op de zuidelijke buitenmuur wil tonen, stelt niemand minder dan farao Cleopatra VII Philopator voor, de Cleopatra die we genoegzaam kennen uit pseudohistorische spektakelstukken. Hier is ze afgebeeld in het gezelschap van haar adolescente zoon Ptolemaeus XV, bij ons beter bekend als Caesarion, de zoon van Julius Caesar. Wat we hier zien is een politiek statement, zoveel is duidelijk. Haar buitenechtelijke zoon legitimeren als de volgende farao van Egypte, dat is wat Cleopatra beoogde.

Want het waren woelige tijden in het Egypte van toen. Oproer was aan de orde van de dag, het volk morde onophoudelijk. Overigens niet ten onrechte, gezien de heersende armoede en de spilzucht van de Ptolemaeën. Ooit was zelfs een grootoom van Cleopatra door een woedende menigte uit zijn paleis gesleurd en op straat gedood. Van een paleisrevolutie meer of minder keek niemand nog op.

Cleopatra had dus bondgenoten nodig. Machtige bondgenoten, als het even kon. Dus wendde ze de blik naar de Romeinen, meer bepaald naar Julius Caesar. Die zag haar avances wel zitten. Deels vanwege haar charme, zoals de legende het wil, maar vooral om de controle over Egypte te verwerven. Want Rome kampte geregeld met voedseltekorten en Egypte was de belangrijkste graanleverancier van het rijk.

Ooit was zelfs een grootoom van Cleopatra door een woedende menigte uit zijn paleis gesleurd en op straat gedood

Uit die kortstondige relatie kwam Caesarion voort. De jongen was amper drie toen zijn vader in Rome door samenzweerders vermoord werd. Dan maar een relatie beginnen met Marcus Antonius, moet Cleopatra gedacht hebben. Maar ook dat liep op een fiasco uit. Opgejaagd door Octavianus, de latere keizer Augustus, pleegde Marcus Antonius zelfmoord. Cleopatra zelf zag geen andere uitweg dan zijn voorbeeld te volgen. Met een gifslang, naar verluidt.

Wijselijk nam Caesarion de benen naar India. Althans, dat probeerde hij. Want Octavianus liet de zeventienjarige knaap opsporen en vermoorden. Zo stierf de laatste farao. Als een rijpe vrucht viel Egypte in de schoot van de Romeinen. De rijke provincie werd volledig leeggezogen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\01 Buiten\EGYP1495y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\14 Dendera\Best Of (herschikt)\09 Bas-reliefs\EGYP1480y.jpg

Als een rijpe vrucht viel Egypte in de schoot van de Romeinen. De rijke provincie werd volledig leeggezogen

De antieke monumenten, daar keek niemand nog naar om. In de tempel van Hathor kreeg het woestijnzand vrij spel. Lokale families namen er hun intrek en stookten er hun vuurtjes. Met een zwarte laag roet op het plafond tot gevolg.

 

* * *

 

Op weg naar Abydos steken we in Nag Hammadi de Nijl over. Dat in de verzengende middaghitte niet op de velden gewerkt zou worden, blijkt een westers simplisme te zijn. Her en der staan treinwagentjes beladen met suikerriet te wachten om aan een locomotief gekoppeld te worden. De smalle sporen van de suikerriettreintjes zijn alomtegenwoordig.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\71 Stadsbeeld\EGYP1424y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\71 Stadsbeeld\EGYP1425y.jpg

Meer dan vijfenveertig eeuwen lang – van 4000 v.Chr. tot 600 n.Chr – stroomden lijkstoeten op de necropool van Abydos toe

Reeds ten tijde van de 1e en de 2e dynastie, bij het prille ontluiken van de Egyptische natie dus, was Abydos de hoofdstad van het rijk, legt Moestafa uit. Wie zich dat kon veroorloven, wou hier begraven worden. Elke farao had hier minstens een schijngraf. Meer dan vijfenveertig eeuwen lang – van 4000 v.Chr. tot 600 n.Chr – stroomden de lijkstoeten op de plaatselijke necropool toe.

De reden voor die aantrekkingskracht lag voor de hand – in Abydos rustte het hoofd van Osiris. Moestafa neemt de gelegenheid de baat om ons nog eens de mythe van Osiris uit de doeken te doen, ongetwijfeld de belangrijkste van alle oud-Egyptische mythes.

Osiris was de god die in de vroegste tijden over de aarde heerste. Een goede god was het, want hij leerde de mensheid onder meer het land te bebouwen en dat maakte hem zeer geliefd. Maar zijn halfbroer Seth kon die populariteit moeilijk verkroppen. Uit afgunst zette hij een complot op het getouw. Hij nodigde Osiris uit op een feestje en liet hem vermoorden. Om er zeker van te zijn dat niemand ooit nog van Osiris zou horen, liet hij het lichaam in vijftien stukken snijden en over het hele land verspreiden.

Onverdroten spoorde Isis alle lichaamsdelen van Osiris op en puzzelde beetje bij beetje zijn lichaam terug in elkaar

Maar zo vlug liet Isis, de zus van Osiris, zich niet van haar stuk brengen. Onverdroten spoorde ze alle lichaamsdelen op en puzzelde beetje bij beetje zijn lichaam terug in elkaar. Samen met haar zus Nepthys, godin van de onderwereld, wist ze haar dode broer zelfs heel even tot leven te wekken. Net lang genoeg om bij haar een zoon te verwekken, met name Horus. Op termijn zouden de vijftien plekken waar Isis een lichaamsdeel van Osiris recupereerde tot plaatsen van devotie uitgroeien. Dat gold heel in het bijzonder voor Abydos en Philae, waar ze respectievelijk het hoofd en het hart van Osiris ontdekte.

Uiteraard was het kot te klein toen Horus achteraf vernam hoe de vork in de steel zat. Verbeten zette hij de jacht op zijn oom Seth in om de laffe moord op zijn vader te wreken. Het werd een genadeloze strijd, zoals we weten verloor Horus er zelfs zijn linkeroog bij. Maar uiteindelijk was het Seth die in het woestijnzand beet.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\01 Portiek\EGYP1309y.jpg

Tempels zoals deze moesten de perceptie creëren dat het koningschap een instelling voor de eeuwigheid was

Hoe bizar ook, voor de oude Egyptenaren was deze mythe een hele geruststelling. Want ze bevestigde dat er leven bestond na de dood en dat in het dodenrijk een rechtvaardige vorst heerste. Het kwam er dus gewoon op aan een voorbeeldig leven te leiden, dan was je zeker van je plekje in het hiernamaals.

Bovendien had in de strijd tussen Goed en Kwaad dat laatste het onderspit moeten delven. Farao’s lieten zich daarom wat graag de incarnatie van Horus op aarde noemen, de man die orde en stabiliteit bracht. Overleden farao’s wilden dan weer met Osiris geïdentificeerd worden, de man die borg stond voor een rechtvaardige wereldorde in de dodenwereld. Dat Horus incestueus verwekt was tussen broer en zus, was evenmin onopgemerkt voorbijgegaan. Nogal wat farao’s zagen daar een vrijbrief in om de troonsopvolging binnen de familie te houden. Relaties tussen broers en zussen of tussen neven en nichten waren geen uitzondering.

Controleposten van de politie blijven ondertussen voor ons opdoemen, de een na de ander. Tot we de grens tussen de provincies Qina en Sohag naderen. Ver is het nu niet meer, hooguit een tiental kilometer. Toch krijgen we om onduidelijke redenen een politie-escorte mee. Die dan even later weer verdwijnt, even plots als ze verschenen is.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\01 Portiek\EGYP1312y.jpg

De mythe van Osiris en Isis bevestigde dat er leven bestond na de dood en dat in het dodenrijk een rechtvaardige vorst heerste

Een kleine afknapper is het, wanneer we van op de parking voor het eerst de tempel van Seti I in het vizier krijgen. Een staaltje minimalistische architectuur, zo lijkt het van op deze afstand, een neoklassiek gebouw dat je eerder in de administratieve wijk van een negentiende-eeuwse hoofdstad verwacht aan te treffen. Maar die eerste indruk zullen we snel moeten bijstellen. Want de bas-reliëfs die we in dit heiligdom te zien zullen krijgen, worden tot de beste gerekend die de oude Egyptenaren ons nagelaten hebben. Toch telt de tempel relatief weinig bezoekers. Zelfs Moestafa bekent deemoedig dat hij hier al zes, misschien acht jaar niet meer geweest is.

Zet je de geschiedenis van het oude Egypte op een tijdslijn uit, dan tref je Seti I ongeveer in het midden aan. Toen hij aan de macht kwam, stonden de drie grote piramides in Gizeh er al twaalfhonderd jaar, terwijl het nog altijd ruim twaalfhonderd jaar wachten was vooraleer Cleopatra op het toneel zou verschijnen. Dat de oud-Egyptische beschaving zich zo maar even drieduizend jaar wist te handhaven gaat elk bevattingsvermogen te buiten.

Toch volstond dat blijkbaar nog niet. Want wat Seti I hier liet neerzetten, is een Huis van Miljoenen Jaren, een tempelcomplex waarin de cultus van de farao en die van de goden onlosmakelijk met elkaar verweven werden. De bedoeling was duidelijk. Tempels zoals deze moesten de perceptie creëren dat het koningschap een instelling voor de eeuwigheid was en dat deze vorsten miljoenen jaren over Boven- en Beneden-Egypte zouden regeren.

Dat Seti daar veel belang aan hechtte, is geen toeval. Want met zijn goddelijke afstamming zat het niet snor. Hij stamde immers uit een familie van generaals, dat wist iedereen. Zijn vader had carrière gemaakt aan het hof, was de poulain geworden van de farao en kreeg zo het koningschap in de schoot geworpen. Niets goddelijks aan dus. Zijn goede verstandhouding met de goden dan maar flink in de verf zetten met een joekel van een tempel was voor Seti van vitaal belang.

Zet je de geschiedenis van het oude Egypte op een tijdslijn uit, dan tref je Seti I ongeveer in het midden aan

Een statige, licht hellende trap brengt ons tot op het niveau van de eerste voorhof. Of liever, tot op het niveau van de kade, want eertijds kabbelde hier het water van een kanaaltje dat rechtstreeks met de Nijl in verbinding stond. Het Feest van de Mooie Ontmoeting was immers niet het monopolie van Hathor en Horus. Ook Isis kneep er elk jaar een paar weken tussenuit om Osiris hier te komen opzoeken. Wanneer ze dan vanuit het verre Philae in Abydos arriveerde – na een tocht van meer dan vierhonderd kilometer over de Nijl – kon ze met haar pronkschip tot pal voor de tempel varen.

Toen Seti I omstreeks 1279 v.Chr. als jonge veertiger vroegtijdig stierf, was zijn tempel nog niet voltooid. Het was zijn zoon, de jonge Ramses II, die de klus zou klaren. In hoogsteigen persoon voerde hij de begrafenisstoet van zijn hoofdstad Pi-Ramesse in de Nijldelta naar de necropool van Thebe aan en liet onderweg in Abydos halthouden. Plechtig verklaarde hij daar dat hij zijn vaders tempel zou afwerken. Een belofte die hij onverkort gestand deed, zij het dat hij in een beweging ook een tempel voor zichzelf liet oprichten.

Ondertussen hebben we het enorme tempelcomplex betreden, 56 m breed, 157 m diep. Voor ons strekken zich nu twee open voorhoven uit, elk met hun eigen imposante toegangspoort. Die zijn dus het werk van de jonge Ramses II. Maar in de loop der tijden zijn de immense bouwwerken helaas grotendeels verdwenen, de zijmuren ook. Indertijd reikten deze pylonen helemaal tot aan de hemel, verzekert een antieke herdenkingstekst ons stellig.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\01 Portiek\EGYP1317y.jpg

We zien de rijzige gestalte van Ramses II metershoog op een pilaar, met zijn lange koningsbaard, zijn witte kroon en de kleine cobra boven zijn voorhoofd

Enkele tientallen meter verder rijst de voorgevel op, een portiek met Osiriszuilen. Vrij sobere, vierkante zuilen zijn dat, versierd met bas-reliëfs van de goden en godinnen die hier vereerd worden. Uiteraard kan Ramses II in dit illustere gezelschap niet ontbreken. We zien zijn rijzige gestalte metershoog op de zijkant van een pilaar, met zijn lange koningsbaard, zijn witte kroon en de kleine cobra in een beschermende houding boven zijn voorhoofd.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\02 Zuilenzaal\EGYP1331y.jpg

 

Ook de eerste zuilenzaal dateert nog van Ramses. Twee rijen van telkens twaalf indrukwekkende pilaren stutten het dak. Papyrusbundelzuilen noemt men dit, ter hoogte van de kapitelen herkennen we de dichtgevouwen bladeren van de papyrusplant. Bas-reliëfs sieren de zuilen en de wanden, maar zo mooi als die van Dendera zijn ze niet. Zijn eigen aard getrouw, verzuimde Ramses niet zichzelf meermaals te laten afbeelden, nu eens terwijl hij een handvol Aziaten over de kling jaagt, dan weer terwijl hij sereen een handvol offers brengt.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\02 Zuilenzaal\EGYP1330y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\05 Zuilenzaal - Bas-reliefs\EGYP1325y.jpg

 

Dat de tweede zuilenzaal nog onder Seti tot stand kwam, laat zich terstond merken. De kwaliteit van de bas-reliëfs is beduidend beter. Zelfs na 33 eeuwen zijn de levendige kleuren amper aangetast.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\03 Zuilenzaal - Seti biedt djed aan\EGYP1327y.jpg

Seti tilt een schenkblad in de hoogte met daarop een leeuw en een pilaar

Eén van de mooiste taferelen toont ons hoe Seti Osiris een offer aanreikt. De god uit het dodenrijk zit onbewogen op een schrijn, zijn vrouw Isis en zoon Horus staan achter hem, beiden met een anch, het symbool van het leven, in de hand. Op zijn hoofd draagt Osiris de atef, de kroon die alleen hij mag dragen, in zijn handen houdt hij zijn typische attributen, de herdersstaf en de dorsvlegel. Seti van zijn kant tilt een schenkblad in de hoogte met daarop een leeuw en een pilaar. Een bizar cadeau, zou je denken. Maar dit is niet zomaar een pilaar, dit is een djed. En de leeuw die de pilaar in een beschermende houding omklemt, is de godin Sechmet.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\03 Zuilenzaal - Seti biedt djed aan\EGYP1327y1.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\03 Zuilenzaal - Seti biedt djed aan\EGYP1327y2.jpg

Iets kostbaarders bestaat er niet als je farao bent en dat nog lang hoopt te blijven

Wat Seti in dit tableau aan Osiris aanbiedt, is min of meer het waardevolste dat een farao zich kan indenken. Want de djed staat symbool voor stabiliteit en duurzaamheid. Iets kostbaarders bestaat er niet als je farao bent en dat nog lang hoopt te blijven. Al kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat deze hang naar stabiliteit deels ook afschuw verhulde voor elke vorm van verandering. Zolang alles bij het oude bleef, was de Egyptische elite tevreden. Veel culturen ondergingen in pakweg driehonderd jaar meer ingrijpende wijzigingen dan de Egyptische in drieduizend jaar.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\05 Zuilenzaal - Bas-reliefs\EGYP1337y.jpg

De Egyptenaren waren ervan overtuigd dat de wervelkolom de plek is waar een man zijn zaadcellen aanmaakt

Maar dat is maar een deel van het verhaal. De djed werd ook gezien als de ruggengraat van Osiris, een van diens lichaamsdelen die door de stoute Seth over heel Egypte verspreid waren. Seti biedt Osiris dus ook het symbool van de vruchtbaarheid aan. Want de Egyptenaren waren ervan overtuigd dat de wervelkolom de plek is waar een man zijn zaadcellen aanmaakt.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\05 Zuilenzaal - Bas-reliefs\EGYP1328y.jpg

De hogepriesters moeten in hun nopjes geweest zijn toen Seti de bouw van het Huis van Miljoenen Jaren aankondigde

Door de zuilenzaal zetten we onze verkenning verder. Alle aandacht van de bezoeker naar het allerheiligste zuigen, dat is het basisconcept van klassieke oud-Egyptische tempels zoals deze. In een perfecte symmetrie liggen de open voorhoven, de zuilenzalen, de offerzaal en het heiligdom langs een centrale as achter elkaar. Volg je deze rechte lijn, dan beland je vanzelf in het heiligdom. Ondertussen dwingen de hellende vloer, de steeds lagere plafonds en de steeds smallere poorten je blik onweerstaanbaar naar het allerheiligste.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\05 Zuilenzaal - Bas-reliefs\EGYP1340y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\05 Zuilenzaal - Bas-reliefs\EGYP1342y.jpg

In feite hebben we hier te doen met zeven tempels in één gebouw

Natuurlijk heeft ook Seti – de traditionalist bij uitstek – dat concept laten toepassen, maar niet zonder er een heel bijzondere invulling aan te geven. Niet één, maar zeven parallelle assen voeren de bezoeker door de zuilenzalen naar achteren, elk naar een apart heiligdom. In feite hebben we hier te doen met zeven tempels in één gebouw. Dat verklaart meteen waarom de voorgevel zo breed moest zijn.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\12 Nis met links Wepwawet en Seti\EGYP1345y.jpg

Een betoverend zicht is het, de kalkstenen muren van vloer tot plafond gedecoreerd met veelkleurige bas-reliëfs van de hoogste technische en artistieke kwaliteit

Een betoverend zicht is het, die zeven godenkapellen naast elkaar, de kalkstenen muren van vloer tot plafond gedecoreerd met veelkleurige bas-reliëfs van de hoogste technische en artistieke kwaliteit, sober verlicht door hedendaagse bodemarmaturen.

Met een vanzelfsprekendheid die ons al niet meer verbaast, heeft Seti zich een van de godenkapellen toegeëigend. Seti was kind aan huis bij de goden, dat is de boodschap die ons hier steeds opnieuw ingeprent wordt. Een mens die zich met God gelijkstelt, veel religies noemen dat godslastering. Of op zijn minst aanmatigend. Maar de farao’s kwamen er moeiteloos mee weg.

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\11 Nis met links Isis en Seti\EGYP1336y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\12 Nis met links Wepwawet en Seti\EGYP1346y.jpg

Tussen de ingangen tot de zeven godenkapellen bevinden zich kleinere, manshoge nissen, door het kunstlicht in een gelige schijn gezet

Helemaal rechts zien we de godenkapellen van Osiris, Isis en Horus. Samen vormen ze de plaatselijke godentriade, de drie goden die zich hier in Abydos thuis voelen. Dat we dit trio hier aantreffen hoeft dus niet te verwonderen. Verrassend daarentegen is het feit dat ook Ptah, Re en Amon een kapel toegewezen kregen, met die van oppergod Amon netjes in het midden. Dit zijn geen lokale goden meer, dit is de nationale godentriade. Overal in Egypte werd dit drietal vereerd, van de Delta in het noorden tot Nubië in het zuiden. Aan Ptah dankt het land zelfs zijn naam, want Egypte betekent Huis van de Geest van Ptah.

Dat hij deze drie nationale goden bij zijn project betrok, illustreert eens te meer hoe sluw onze Seti wel was. Want nog maar een halve eeuw geleden had nieuwlichterij het hele land op stelten gezet. Aanstoker van al die ellende was Echnaton geweest, een van Seti’s voorgangers. Alsof het niets was had Echnaton komaf gemaakt met het traditionele veelgodendom. Zelfs Amon, de oppergod die meer dan duizend jaar over Egypte heerste, had hij hoogmoedig aan de kant geschoven. Voortaan zou er nog slechts één god vereerd worden, met name de zonnegod Aton. Als Echnaton de hogepriesters de gordijnen in wilde jagen, dan was dit het juiste parcours. Want Amon was al eeuwenlang niet alleen hun broodwinning maar ook hun levensverzekering. Het valt niet uit te sluiten dat dat zelfs Echnatons bedoeling was – eens en voorgoed de macht van de hogepriesters breken.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\21 Kapel onbekend - Bas-reliefs\EGYP1347y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\21 Kapel onbekend - Bas-reliefs\EGYP1348y.jpg

 

Maar zelfs een farao legt ooit het loodje. Toen Toetanchaton als negenjarige zijn vader Echnaton opvolgde, zagen de hogepriesters de kans schoon om tabula rasa te maken. Snel wisten ze de piepjonge farao ervan te overtuigen dat al dat gedoe met Aton maar om te lachen was. Amon is de ware oppergod, dat weet toch iedereen. Amon werd in ere hersteld, Toetanchaton nam de naam Toetanchamon aan. De hogepriesters slaakten een zucht van opluchting.

Als Echnaton de hogepriesters de gordijnen in wilde jagen, dan was dit het juiste parcours

Een halve eeuw later moeten de hogepriesters dan ook in hun nopjes geweest zijn toen Seti de bouw van het Huis van Miljoenen Jaren aankondigde. Vooral toen bleek dat Amon, Re en Ptah zo’n prominente plaats zouden krijgen. Het oude pantheon schitterde als nooit voorheen, de hogepriesters kregen hun privileges terug, alles viel weer in de plooi. Seti mocht zich in de handen wrijven, want met de bouw van deze tempel sloeg hij twee vliegen in één klap – hij legitimeerde zijn goddelijke afkomst en hij kreeg de hogepriesters als één man achter zich.

Tussen de ingangen tot de zeven godenkapellen bevinden zich kleinere, manshoge nissen, door het kunstlicht in een gelige schijn gezet. Wat hun functie precies was, dat weten we niet. Misschien hebben er ooit standbeelden gestaan. Of werden ze gebruikt om heilige rollen op te slaan waarin de riten beschreven werden die in de heiligdommen uitgevoerd werden. Dat zou verklaren waarom we onderaan de wanden geen versieringen zien. Anders zou de stapel boekrollen de heilige afbeeldingen weleens kunnen verduisteren.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\04 Zuilenzaal - Seti voor Ptah\EGYP1391y.jpg

Seti knielt plechtig neer voor Ptah, terwijl Ra de naam en de jubileumjaren van de farao op de bladeren van een heilige boom noteert

Des te meer versieringen zijn er op de wanden tussen de nissen, meer dan levensgroot soms. Zo is er een scène waarin Seti ter gelegenheid van een jubileum plechtig voor Ptah neerknielt. Ptah zit waardig op zijn troon, de blauwe muts op het hoofd, om akte te nemen van Seti’s jubileumjaren. Achter Seti heeft een god met een valkenkop postgevat. Die associëren wij spontaan met Horus, maar in dit geval is dat fout. Het is de god Ra. Nauwgezet noteert hij de naam en de jubileumjaren van de farao op de bladeren van een heilige boom. Alleen dan kan Seti er zeker van zijn dat iedereen tot het einde der tijden zal weten hoe stabiel zijn regeerperiode wel was.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\13 Nis met rechts Isis en Seti\EGYP1383y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\13 Nis met rechts Isis en Seti\EGYP1384y.jpg

Maar het is niet haar zoon Horus die op Isis’ schoot plaatsgenomen heeft, het is het koekoeksjong Seti

Heel fraai is het bas-reliëf waar Isis een adolescent op haar schoot koestert. Liefdevol kijkt ze de jonge knaap aan, tilt met de linkerhand zijn kin lichtjes omhoog en legt haar rechterhand in een moederlijk gebaar beschermend tegen zijn achterhoofd. “Jij bent mijn zoon, jij bent uit mij voortgekomen”, laten de hiërogliefen haar zeggen, “ik heb jou verzorgd om Heerser te worden van de Twee Landen.

Maar het is niet haar zoon Horus die op Isis’ schoot plaatsgenomen heeft, het is het koekoeksjong Seti. Voor de gelegenheid heeft de jonge farao zich met een fijn geplisseerde pronkschort uitgedost, een rijk versierde kraag, een gouden koningskap en boven het voorhoofd een uraeus, een kleine cobra die zich beschermend opricht. De kromstaf in zijn rechterhand staat symbool voor zijn heerschappij. Zijn voeten rusten op een bankje met het symbool van de vereniging van Opper‑ en Neder-Egypte. Inderdaad, hij is de heerser van de twee landen.

En het wordt alleen maar mooier, zo blijkt, terwijl we een voor een de zeven godenkapellen verkennen. Telkens opnieuw overdonderen ze ons, de veelkleurige bas-reliëfs die aan vitaliteit nog niets ingeboet hebben. Van boven tot onder vullen ze de wanden met taferelen waarin godenfiguren de hoofdrol spelen en Seti zich uitslooft om hen te behagen. De kleuren lijken net zo levensecht als drieduizend jaar geleden, enkele beschadigingen hier en daar niet te na gesproken. Kennelijk hebben ook hier lokale families een tijdje hun intrek genomen, want op de plafonds is het raden naar welke decoraties onder het zwarte roetlaagje schuilgaan.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\22 Kapel Amon - Bark van Amon\EGYP1382y.jpg

De meest verbluffende voorstelling is zonder meer het goudkleurige bas-reliëf met de bark van Amon

Het zijn vooral tempelrituelen die hier voorgesteld worden, zoals het openen van het schrijn, de lofprijzing en het aanbieden van offers, het schoonmaken van het cultusbeeld, het bekleden, zalven en opmaken ervan, het sluiten van het schrijn. De meest verbluffende voorstelling is zonder meer het goudkleurige bas-reliëf met de bark van Amon. Waarschijnlijk stond hier eertijds een draagbare bark waarmee een beeld van de godheid tijdens festivalprocessies rond de tempel gedragen werd. Dat het om Amon gaat, blijkt uit de ramskoppen met een zonneschijf die uit een lotusbloem tevoorschijn komen en de boeg van de bark sieren. Midden op de bark staat het schrijn, maar van het cultusbeeld zien we natuurlijk niets. In plaats daarvan is het wit linnen doek weergegeven dat het beeld aan het oog van onbevoegden onttrok.

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\31 Schrijn Osiris - Drie doorgangen\EGYP1376y.jpg

Een tempel binnen de tempel is het als het ware, dit Osirisschrijn, met zijn eigen zuilenzalen en zijn eigen kapellen

In de achterwand van de kapel bevindt zich een schijndeur, een valse deur in steen die eigenlijk geen doorgang is. Toch niet voor gewone stervelingen zoals wij. Wel voor Amon zelf, want die gebruikt deze doorgang naar eigen believen om zijn heiligdom te betreden of te verlaten. Zulke schijndeuren markeren immers de overgang van dit leven naar het leven aan de andere kant, naar het hiernamaals dus.

In geen van de zeven godenkapellen ontbreekt deze schijndeur. Of toch, want er is een uitzondering op deze regel. En dat is de kapel van Osiris. Diens heiligdom voert ons als door een gang naar een heel apart schrijn, pal achter de zeven heiligdommen. Een tempel binnen de tempel is het als het ware, met zijn eigen zuilenzalen en zijn eigen kapellen. Voor de verering van Osiris is dit de allerheiligste plek, hier staat de god van het dodenrijk in het centrum van de belangstelling. Al hebben ook zijn vrouw Isis en zijn zoon Horus er hun kapelletje gekregen.

Dit is de plek die het Huis van Miljoenen Jaren na meer dan drieduizend jaar nog steeds zo’n bijzondere uitstraling geeft. De grotendeels intacte decoraties, de besloten, lege ruimten, de schijnbare afzondering van de buitenwereld lijken het schrijn nog steeds iets spiritueels te geven. Voor het eerst hebben we niet het gevoel dat we door een eeuwenoude ruïne struinen. Weinig plekken dompelen je dermate onder in de sfeer van het oude Egypte.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\31 Schrijn Osiris - Drie doorgangen\EGYP1373y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\32 Schrijn Osiris - Globaal\EGYP1356y.jpg

Voor het eerst hebben we niet het gevoel dat we door een eeuwenoude ruïne struinen. Weinig plekken dompelen je dermate onder in de sfeer van het oude Egypte

Dat die ervaring voor sommigen zeer intens kan zijn, ontgaat ons niet. Osiris’ mysteriën spreken de verbeelding aan, zoveel is duidelijk. Gehuld in een wit gewaad, met de ogen dicht en de armen strak langs het lichaam, laten twee dames hun esoterische gezangen door de eeuwenoude ruimte resoneren. Ruggelings op de grond ligt een man, de ogen dicht, de handen op de buik, een brandend wierookstokje in een spleet tussen twee tegels gestoken. Oppassen dat we daar niet over struikelen, flitst het ons door het hoofd.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\31 Schrijn Osiris - Drie doorgangen\EGYP1357y.jpg

 

Een Sterrenpoort, zo noemen gespecialiseerde websites dit. Een plek waar de Universele – lees Goddelijke – Krachten en de Aardse Energie elkaar als door een flinterdun gordijn ontmoeten, een plek die een zichtbare herinnering is aan een lang vervlogen tijd waarin de mens deze spirituele verbinding wél nog herkende. Ben je voor dat gedachtegoed ontvankelijk, dan zal je hier ervaren hoe het Licht en de Schaduw je leven beïnvloeden en hoe je dank zij de Goddelijke Vonk daar bovenuit kan stijgen. Geen Spek voor onze Bek dus.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\32 Schrijn Osiris - Globaal\EGYP1368y.jpg

 

Het belet ons niet ten volle te genieten van het fraaiste dat oud-Egyptische bas-reliëfs te bieden hebben, nog rijker in detail, nog levendiger van kleur dan al het voorgaande. Dat Seti zich hier volledig met Osiris laat identificeren, verbaast ons eigenlijk niet meer, hoe aanmatigend het ook lijkt.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\33 Schrijn Osiris - Thoth\EGYP1358y.jpg

Met een breed gebaar biedt Thoth, de god met de ibiskop, de farao de anch aan, het symbool van het leven

Thoth, de god met de ibiskop, mag hier niet ontbreken. In een van de kapellen zien we hoe hij de farao met een breed gebaar de anch aanbiedt, het symbool van het leven. Zelf houdt Seti een herdersstaf en een dorsvlegel in zijn handen, terwijl zijn kin van een lange, witte baard voorzien is en op zijn voorhoofd een cobra zich dreigend opricht. Daar is niets mis mee, dat zijn de attributen van een farao. Maar door zich in een wit gewaad te hullen en zijn armen voor zijn borst te kruisen, neemt Seti uitdrukkelijk de Osirishouding aan. Meer nog, door op zijn hoofd de dubbele verenkroon te plaatsen, samen met de ramshoorn en de zonneschijf, meet hij zich de waardigheid van oppergod Amon aan.

Elders zien we hoe ook een god met een jakhalskop bij het eerbetoon betrokken wordt. Wepwawet is de naam van deze god, het is een naaste collega van Anubis, die andere god die steevast met de kop van een jakhals uitgedost wordt. Bij nader toezien doet Wepwawet het zelfs nog beter dan Thoth. Alsof het meccanostukken zijn heeft hij zomaar even twee anch-symbolen aan elkaar geklonken. Samen lijken ze een straal te vormen die de levensadem recht in Seti’s mond blaast.

Door op zijn hoofd de dubbele verenkroon te plaatsen, samen met de ramshoorn en de zonneschijf, meet Seti zich de waardigheid van oppergod Amon aan

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\34 Schrijn Osiris - Vorst\EGYP1361y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\37 Schrijn Osiris - Wepwawet en Seti\EGYP1363y.jpg

De god met de jakhalskop heeft twee anch-symbolen aan elkaar geklonken. Samen lijken ze een straal te vormen die de levensadem recht in Seti’s mond blaast

Ik kom naar jou en reik je het leven en de heerschappij aan”, zijn luidens de hiërogliefen de woorden die Wepwawet tot Seti richt, “Moge je jong zijn zoals Horus als koning. Moge je naam blijven bestaan ​​door al wat je bereikt hebt. Zolang de hemel bestaat, zal jij bestaan.” Hoogdravende woorden, maar we kunnen er weinig tegen inbrengen. Want meer dan drieduizend jaar na zijn dood geniet Seti nog steeds volop onze belangstelling.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\36 Schrijn Osiris - Horus\EGYP1352y.jpg

Op een wat vreemde manier biedt Horus Seti drie symbolische giften aan – de anch, de djed en de heb sed

In de kapel die zijn naam draagt is het natuurlijk Horus die de toon zet. Waardig zit de valkengod er op zijn troon. Voor hem staat een onderdanige Seti, een gouden kroon op het hoofd, beide handen op een altaartje steunend. Op een wat vreemde manier biedt Horus hem drie symbolische giften aan. De anch en de djed, daar zijn we al een beetje vertrouwd mee, ze staan voor het leven en voor de stabiliteit. Maar dat derde symbool, de heb sed, is nieuw. Het verwijst naar het Feest van de Staart, een groot festival dat een farao te beurt viel zodra hij dertig jaar op de troon zat. Seti probeert ons hier het vel te verkopen van een beer die hij nog lang niet geschoten heeft. Dertig jaar op de troon zitten, dat was een klus die hij wel zou klaren, moet hij bij de bouw van de tempel gedacht hebben. Quod non. In werkelijkheid heeft hij het hooguit veertien of vijftien jaar uitgezongen. Zelfs de voltooiing van zijn eigen tempel zou hij niet meer meemaken.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\39 Schrijn Osiris - Oprichting djed\EGYP1372y.jpg

Seti probeert ons het vel te verkopen van een beer die hij nog lang niet geschoten heeft

Minder opvallend, maar niet minder belangrijk, is het tafereel waarbij Seti met de hulp van Isis een pilaar overeind zet. Dit is niet zomaar een pilaar, dit is de djed, symbool van stabiliteit. Duurzaamheid en stabiliteit, voor deze farao moeten dat obsessies geweest zijn. Het oprichten van de djed herinnert ons aan de krachttoer die Osiris en Isis verwezenlijkten – de wederopstanding uit de dood. Voor de oude Egyptenaren reden genoeg voor een jaarlijks festival.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\35 Schrijn Osiris - Osiris en Isis\EGYP1351y.jpg

Wierook walmt op uit het schaaltje dat Seti de god van het dodenrijk aanbiedt

Ronduit schitterend zijn de bas-reliëfs met Osiris en Isis – de echte vedetten van deze tempel. Zelfs na drieduizend jaar hebben ze aan zeggingskracht weinig of niets ingeboet. Halskragen en borstplaatjes zijn met ragfijn detail in de kalksteen uitgesneden, de ingetogen kleurenweelde draagt bij tot de glamour van de scene.

Wierook walmt op uit het schaaltje dat Seti de god van het dodenrijk aanbiedt. Die heeft op zijn troon plaatsgenomen, met de attributen van de farao in de hand en de typische atef op het hoofd. Achter hem staat Isis, de linkerhand rustgevend op zijn schouder. Haar kroon is dezelfde als die van Hathor – gierenpruik, zonneschijf, koeienhorens.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\35 Schrijn Osiris - Osiris en Isis\EGYP1355l.jpg

Ronduit schitterend zijn de bas-reliëfs met Osiris en Isis – de echte vedetten van deze tempel

Mijn oudste zoon, mijn eerstgeborene, ik ben je vader, die je schoonheid heeft geschapen”, zo spreekt Osiris tot Seti. “Ik heb jou voortgebracht opdat je zou doen wat mij behaagt.” Duidelijker kan het niet, Seti stamt af van Osiris, deze hiërogliefen bevestigen dat ondubbelzinnig.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\38 Schrijn Osiris - Bark van Osiris\EGYP1350b.jpg

Midscheeps herkennen we het schrijn waarin het cultusbeeld door een wit linnen doek aan onze onbevoegde blikken onttrokken wordt. Dat is ongewild grappig

En dan is er nog het bas-reliëf met de afbeelding van de godenbark van Osiris. Net zoals die van Amon is ze bijna helemaal in goudkleur uitgevoerd. Ze rust op draagstokken, midscheeps herkennen we het schrijn waarin het cultusbeeld door een wit linnen doek aan onze onbevoegde blikken onttrokken wordt. Dat is ongewild grappig, want het beeld is zo groot dat het bovenaan toch zichtbaar is. We zien een soort blauwe bijenkorf op een paal boven het schrijn uitsteken, met daarop een hoofd. Egyptologen vermoeden dat dit een reliekschrijn was waarin het hoofd van Osiris meegedragen werd. Want Abydos, zo heeft Moestafa ons geleerd, was de plek waar de boze Seth het hoofd van Osiris verborg nadat hij zijn broer vermoord had. Op de boeg van de bark komt datzelfde motief nog eens terug – een hoofd met een blauwe pruik op een vergulde paal.

Dat de tempel op zeven godenkapellen uitloopt met daarachter het Osirisschrijn, stelde de architect voor een probleempje. Waar moest hij met de nutsruimten blijven die zich normaal achter het heiligdom bevonden? Die heeft hij dan maar links tegen de tempel aan gebouwd, zodat de plattegrond van het Huis van Miljoenen Jaren de ongewone vorm van een hoofdletter L vertoont. Hier werden onder meer cultusbeelden, barken en processiebenodigdheden bewaard. In een katholieke kerk zouden wij dat de sacristie noemen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\41 Koningslijst\EGYP1392b.jpg

Maar wacht eens even? Zesenzeventig farao’s in drie rijen van achtendertig cartouches? Hier klopt iets niet

Niet bijzonder interessant dus, ware het niet dat je in de dienstgang de wereldberoemde Koningslijst aantreft. In drie rijen van telkens 38 cartouches heeft Seti I hier zijn 76 voorgangers in chronologische volgorde laten vermelden. Een godsgeschenk voor Egyptologen, want in een klap kregen ze een tijdslijn van tweeduizend jaar faraoschap in de schoot geworpen.

Toch is het met Seti altijd oppassen geblazen. Wat zijn voorgangers betreft was de man nogal kieskeurig, zo blijkt. De Hyksos bijvoorbeeld zal je in deze lijst vergeefs zoeken. Moestafa steekt zijn enthousiasme over deze vorm van censuur niet onder stoelen of banken. Een stelletje omhooggevallen migranten noemt hij hen, lange tijd hebben de Hyksos tussen de Egyptenaren geleefd om dan gaandeweg van binnenuit de macht te grijpen. Zelfs drieduizend jaar na de feiten kan Moestafa er zich nog over opwinden.

Ketters zoals Echnaton en Toetanchamon verdienen in de Koningslijst evenmin een plaats, vond Seti. Dan hadden ze Amon en de vele andere traditionele goden maar niet aan de kant moeten schuiven. En Hatsjepsoet wordt hier ook doodgezwegen. Stel je voor, een vrouw die geen vrede neemt met het regentschap voor haar minderjarige zoon, maar in plaats daarvan de koningskroon op haar eigen hoofd plaatst. Een usurpator die de rechtmatige troonopvolger aan de kant schuift, Seti moet ervan gegruwd hebben.

Ketters zoals Echnaton en Toetanchamon verdienen in de Koningslijst geen plaats, vond Seti. En de usurpator Hatsjepsoet wordt ook doodgezwegen

Maar wacht eens even? Zesenzeventig farao’s in drie rijen van achtendertig cartouches? Hier klopt iets niet. Inderdaad, grijnst Moestafa, de onderste rij bevat uitsluitend cartouches van Seti zelf. Op valse bescheidenheid kan je deze farao niet betrappen.

Ook de beroemdste mythe van het oude Egypte komt aan bod, in een zeer expliciete beeldtaal nog wel. Isis heeft het versneden lichaam van Osiris stukje bij beetje in elkaar weten te zetten. Met opgerichte fallus ligt haar broer hier nu op zijn doodsbed. Heel even weet Isis hem terug tot leven te wekken, net lang genoeg om in de gedaante van een sperwer op zijn fallus neer te strijken en de goddelijke zaadcellen in zich op te nemen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\42 Verwekking Horus\EGYP1394y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\42 Verwekking Horus\EGYP1393y.jpg

Heel even weet Isis Osiris terug tot leven te wekken om in de gedaante van een sperwer op zijn fallus neer te strijken en de goddelijke zaadcellen in zich op te nemen

Horus kijkt op de hemelse bevruchting toe. Met een zegenend gebaar lijkt hij het gebeuren goed te keuren. Vreemd, want Horus is nu net de persoon die hier verwekt wordt. Of dat dachten we toch. In werkelijkheid is dit tableau een metafoor voor de goddelijke verwekking van Ramses II, de zoon en opvolger van Seti I. Seti moet bezeten geweest zijn door de drang om zijn plaats in de geschiedenis te verankeren. Met succes overigens.

Zodra we de koelte van het schrijn verlaten, valt de middaghitte als een loodzware mantel op onze schouders. Dat waren we bijna vergeten, hoe heet het hier kan zijn. Moestafa raamt de temperatuur dichter bij veertig graden dan bij dertig.

Pal achter de tempel stoten we op het Osireion. Een fraai beeld is het niet, deze vieze poel vol gifgroen water waaruit enkele granieten blokken opsteken. Het vele zwerfvuil, de roestige trap naar beneden, de nutteloze waterpomp en dito waterslangen… ze kunnen ons niet bekoren.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\51 Osireion\EGYP1397y.jpg

Een fraai beeld is het niet, deze vieze poel vol gifgroen water waaruit enkele granieten blokken opsteken. En dat is doodjammer

En dat is doodjammer. Want waar we hier op neerkijken is een van de merkwaardigste constructies van het oude Egypte. Nergens anders vind je zulk bouwwerk. Het is zelfs zo uniek dat men niet eens weet waarvoor het diende. Pas in 1902 werd het ontdekt. Al die tijd zat het helemaal onder het zand verscholen. Een makkelijke karwei was het niet, dit monument blootleggen. Achteraan zien we het steengruis dat bovengehaald werd nog liggen, gestut door muurtjes om te beletten dat het opnieuw de put in rolt.

Lange tijd dachten Egyptologen dat dit een cenotaaf voor Seti I was. Een schijngraf dus, want de farao is wel degelijk in de beroemde Vallei der Koningen begraven, te midden van zijn collega’s. Anders zou er weleens twijfel kunnen ontstaan over de goddelijke afkomst van deze zoon van een generaal.

Tegenwoordig denkt men eerder dat het Osireion een tempel was. De tien granieten pilaren waar ons oog op valt, moeten eertijds een gewelfd dak gestut hebben. Samen vormden ze een centrale hal waar een massieve kalkstenen muur rond gebouwd werd. Tot dusver niet zo bijzonder, afgezien van het feit dat we het over een ondergrondse structuur hebben.

Tien granieten zuilen, elk 55 ton zwaar, helemaal vanuit het Aswan naar hier slepen over een afstand van meer dan driehonderd kilometer, dat doe je niet zomaar

Wat wel vreemd is, is het rechthoekige kanaal dat rond de centrale hal uitgehouwen is. Metingen wijzen uit dat het tien tot vijftien meter diep moet zijn. Bovendien bevindt de hal zich maar net boven het grondwaterpeil. Het kanaal was dus tot aan de tempelvloer met water gevuld en de gewelfde hal was in feite een artificieel eiland. Momenteel is de vloer zelfs helemaal overspoeld door het water dat al lang zijn zuiverheid verloren heeft.

Wat was hier indertijd aan de hand? Zijn de ingenieurs tijdens hun graafwerken verrast door de aanwezigheid van grondwater op dertien meter onder de begane grond? Of was het precies hun bedoeling een ondergronds waterparadijsje te creëren? Waarom moest dat zo nodig? En hoe zijn ze er dan in geslaagd om onder water te bouwen als moderne archeologen er nooit in geslaagd zijn al het water weg te pompen?

Onbelangrijk kan het gebouw alleszins niet geweest zijn. Tien granieten zuilen, elk 55 ton zwaar, helemaal vanuit het verre Aswan naar hier slepen over een afstand van meer dan driehonderd kilometer, dat doe je niet zomaar.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1398y.jpg

 

Moestafa rukt ons los uit onze overpeinzingen. In de verte wacht de tempel van Ramses II op ons. Onder gewapende begeleiding mogen we er naartoe, een eindje stappen door het woestijnzand.

De tempel die Ramses hier liet bouwen, had hetzelfde oogmerk als die van zijn vader – een eerbetoon aan Osiris. Een ander model weliswaar, maar naar verluidt minstens zo kostbaar in zijn uitvoering. Toch kan dit complex ons veel minder bekoren. Het dak is volledig verdwenen, de muren zijn nog amper twee tot drie meter hoog. De magie van de intieme sfeer is daarmee verbroken.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1408y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1414y.jpg

 

Wat belangrijker is, ook de kwaliteit van de basreliëfs moet het tegen die van Seti’s tempel afleggen. Toch blijft het een overweldigende ervaring. Wat bezoekers eertijds op de binnenwanden van de zuilenzaal te zien kregen, was een feestelijke optocht waarin de relikwie van Osiris – zijn hoofd dus – meegedragen werd. Tegenwoordig zien we daar niet veel meer van, want enkel de bas-reliëfs onderaan de wanden zijn nog intact. Toch staan we ervan te kijken hoe goed deze kleuren zich in open lucht gehandhaafd hebben, permanent aan de genadeloze zon blootgesteld.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1400b.jpg

Het onderste deel van de muren in de eerste zuilenzaal is met een quasi eindeloze stoet van Nijlgoden versierd

Het onderste deel van de muren in de eerste zuilenzaal is met een quasi eindeloze stoet van Nijlgoden versierd. Elk van hen vertegenwoordigt een Egyptische stad of een district. Een embleem op het hoofd geeft aan waar ze vandaan komen. Geknield bieden ze de goden hun offers aan in de vorm van voedsel en kruiken met wijn en water. Bij nader toezien zijn het androgyne figuren, in wezen mannelijk van uiterlijk, maar met de borsten van een vrouw – wat hun vruchtbaarheid beklemtoont.

In haar rechterhand houdt de godin Dendera een dienblad met brood, eenden, druiven, granaatappels, vijgen en lotusbloemen

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1402y.jpg

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1407y.jpg

Een adolescent laaft zijn dorst aan de uier van een koe. Die jongeling blijkt Ramses II te zijn, de koe is een manifestatie van de godin Hathor

Vrij gaaf is de afbeelding van de tweeslachtige god die Dendera voorstelt. De godheid heeft uiteraard een blauwe huid, want Dendera is de stad van Hathor, de Blauwe Godin, de Vrouwe van Turkoois zoals we ons herinneren. In de rechterhand houdt hij/zij een dienblad met brood, eenden, druiven, granaatappels, vijgen en lotusbloemen.

Verrassend in onze ogen – maar niet in die van de oude Egyptenaren – is de scène waarin een adolescent zijn dorst laaft aan de uier van een koe. Die jongeling blijkt Ramses II te zijn, hij heeft de attributen van de farao in zijn linkerhand. De melk die hij tot zich neemt, is van goddelijke oorsprong, want deze koe is een manifestatie van de godin Hathor. Elders is ook Ramses’ vader Seti van de partij. We zien hem statig op zijn troon zitten terwijl zijn bark hem meevoert.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\62 Kadesj\EGYP1405q.jpg

 

Een lange rij krijgsgevangenen, de handen geboeid achter de rug, met touwen rond de nek aan elkaar vastgeketend, vormt de voorbode van wat ons op de buitenmuren te wachten staat. Want daar gaat het er minder vreedzaam aan toe. Vooral de scènes op de westelijke buitenmuren zijn ongewoon levendig.

In zijn vijfde regeringsjaar zat Ramses II met een probleem

Het verhaal dat Ramses II hier te vertellen heeft, was heel bijzonder voor hem. Zijn ambitie, daar stond geen maat op. Gaandeweg zou hij uitgroeien tot een van de allergrootste farao’s van het oude Egypte, hij zou fabelachtige monumenten zoals Aboe Simbel en de Grote Zuilenzaal van Karnak op zijn naam zetten, hij zou 67 jaar lang over Egypte heersen.

Maar in zijn vijfde regeringsjaar zat hij met een probleem. De twee wereldmachten van die tijd, de Egyptenaren en de Hettieten uit het gebied dat wij nu Turkije noemen, hadden het al geruime tijd met elkaar aan de stok. Geen van beide slaagde er in de ander een beslissende slag toe te brengen. Dat moest maar eens gedaan zijn, vond Ramses en hij trok de Hettieten tegemoet. In het huidige Syrië, nabij Kadesj op de oever van de Orontes, gingen beide strijdkrachten in 1274 v.Chr. de finale confrontatie aan.

Naar schatting vijfduizend strijdwagens werden door de twee legers in de strijd gegooid. Toch eindigde de slag onbeslist. Het scheelde zelfs maar een haar of de Hettieten kregen Ramses zelf te pakken. Het Egyptische leger kroop dus door het oog van de naald, maar dat belette Ramses niet om eenmaal thuis de veldslag als een overwinning te framen. En dat is waar wij nu tegenaan kijken – militaire propaganda op de buitenmuren van de tempel, zodat iedereen er kennis van kan nemen. Drieduizend jaar later zouden zelfs de eerste Egyptologen zich nog laten misleiden. Ramses II had Twitter niet nodig om de buitenwereld in de luren te leggen.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\62 Kadesj\EGYP1420y.jpg

Vijandelijke strijdwagens stormen op de Egyptische gelederen af, aan boord schieten gebaarde krijgers in actie terwijl hun paarden wild steigeren bij de confrontatie

Zo rustgevend het processiegebeuren op de binnenwanden is, zo heftig gaat het er op de buitenmuren aan toe. Vijandelijke strijdwagens stormen op de Egyptische gelederen af, aan boord schieten gebaarde krijgers in actie terwijl hun paarden wild steigeren bij de confrontatie. Dat we met vijandelijke soldaten te maken hebben, blijkt uit het feit dat ze met drie zijn. Egyptische strijdwagens reden doorgaans met maar twee personen uit, een paardenmenner en een krijger. Vermoedelijk gaat het hier niet om Hettitische strijders, maar wel om enkele van hun Aziatische bondgenoten, Syriërs bijvoorbeeld.

 

D:\DataFoto\Foto's - Reizen\2010-04-04 Egypte (herschikt)\13 Abydos\Best Of (herschikt 2)\61 Ramses II\EGYP1410y.jpg

 

Meer dan voldaan keren we op onze stappen terug en werpen een laatste blik op het Huis van Miljoenen Jaren. Van op deze afstand maakt zijn silhouet weinig indruk, maar ondertussen weten we beter. Er zijn weinig plekken waar het oude Egypte zo tastbaar aanwezig is. Of Seti’s verwezenlijkingen eeuwig zullen standhouden, durven we te betwijfelen. Maar hij komt goed in de buurt.

Top

Jaak Palmans

© 2010, 2021